Schreef
Versterkte dijkbewaking
De zonovergoten werkkamer van collegevoorzitter Yvonne van Rooy in het Bestuursgebouw, Terwijl de leidsvrouwe van ’s lands eerste universiteit zonder eigen blad (een primeur!) voorzichtig nipt van een perfect gekoelde Verdicchio, kijkt zij vol ongeloof naar een memo van decaan Alfred Bliek van de faculteit Bètawetenschappen vol felrode jaarcijfers. Dan komt haar collega Hans Amman de kamer binnen, zijn Blackberry in de hand.
“Zo Hans, ook een glaasje? Het is tenslotte bijna Pasen, dus dan moet het kunnen, zou ik zeggen.”
“Een glaasje wijn, Yvonne? Hou op zeg, dan ga ik nog meer wartaal uitslaan dan ik normaal al doe. Nee, doe mij maar een frisje. En een Zeeuwse bolus erbij, als het kan.”
“Een Zeeuwse bolus? Hoe kom je daar nou weer bij?”
“O, ik was op mijn schermpje de Paasaanbiedingen aan het checken en toen kwam ik op de site van meesterbakker Bliek uit Walcheren. Hier, moet je zien, een Eurosmuller voor maar één euro.”
“Ja, wat dacht je anders met zo’n naam. Zou die meesterbakker trouwens familie van onze Alfred zijn?”
“Dat denk ik niet, want die vent heeft negen filialen, drie meer dan Alfred, en bij hem staat er geen een in het rood.”
“Zo zo, dan heeft hij zijn zaakjes beter voor elkaar dan onze Utrechtse meesterbakker. Heb je dit memo al gezien? Vijf miljoen tekort in 2009. Hoe krijgt hij het voor elkaar?”
“Vijf miljoen? Toen ik hem vorige maand belde, was het nog drie miljoen. Hoe kan dat nou?”
“Dat heb ik hem ook gevraagd, maar dat was voorschrijdend inzicht, zei hij. Ze hadden nog eens wat zitten rekenen en opeens, hopla, was het tekort twee miljoen hoger.”
“Lekkere jongens, die bèta’s.”
“Ja, zei hij, ze hadden nu eenmaal niet van die heel harde cijfers, daar kon hij verder ook niets aan doen, dat lag aan het Administratief Service Centrum, dus ze sloegen er meestal maar een beetje een slag naar. Of ik dat zo gek vond met al die service centra waarmee wij de faculteiten het werken onmogelijk maken.”
“Daar zit wel wat in, ja, ….sorry, hoe haalt die vent het in zijn hoofd? En toen?”
“Toen ben ik me toch kwaad geworden. Het was maar goed dat je er niet bij was. Je had je oren niet geloofd.”
“Jawel, hoor, Yvonne. Ik ken je een beetje.”
“Ik was in topvorm, Hans. Ik heb mijn meest ijzige stem opgezet en hem verteld dat dit geen pas geeft. En ik heb meteen twee commissies ingesteld om hem op de vingers te kijken.”
“Ha, je hebt hem dus onder curatele gesteld.”
“Zwaar onder curatele, Hans, hij kan geen kant meer op.”
De telefoon gaat.
“Met Yvonne van Rooy.”
“Dag Yvonne, je spreekt met Matthias Jorissen. Mag ik je even wat vragen?”
“Ah, de zeer gewaardeerde voorzitter van ons onovertroffen medezeggenschapsorgaan. Maar natuurlijk mag je me wat vragen. Als het maar niet over die verrekte bèta’s gaat.”
“Nee hoor, het gaat over de heer Bliek en zijn bestuur. Klopt het dat jullie ze onder curatele hebben gesteld? Dat gerucht doet hier namelijk hardnekkig de ronde.”
“Onder curatele? De heer Bliek, de man die met vaste hand leiding geeft aan onze grootste faculteit? Maar Matthias, hoe kom je daar nou weer bij? Het college en de heer Bliek zijn het in alle opzichten met elkaar eens.”
“Maar je hebt toch twee commissies ingesteld om hem op de vingers te kijken?”
“Ik heb twee commissies gevraagd om de heer Bliek te assisteren bij de onvolprezen manier waarop hij zijn uit zes schepen bestaande bètavloot vrijwel ongeschonden door de huidige financiële stormen weet te loodsen. Dat is heel wat anders.”
“Ja ja, dus dat is alles?”
“Dat is alles, beste Matthias. Ik heb gewoon een beetje versterkte dijkbewaking ingesteld. Maar dat is in Zeeland bij storm heel gebruikelijk. Daar hoef je echt niets achter te zoeken.”