Historische onderzoekers
Marieke Monsieurs
Maarten Tromp
Bertine Bouwman
Marieke Monsieurs
'Snuffelen op zoek naar weer een nieuwe aanwijzing'
Marieke Monsieurs reconstrueerde in het kader van haar afstudeerscriptie de bibliotheken van twee Utrechtse hoogleraren.
![]() |
De geschiedschrijving over particuliere bibliotheken in de negentiende eeuw staat in Nederland nog in de kinderschoenen. Het is vaak moeilijk na te gaan hoe die bibliotheken waren samengesteld. Veel is na de dood van de eigenaar geveild, weggeschonken of eenvoudigweg niet bewaard gebleven. Ik heb in twee case-studies een poging gedaan om de bibliotheken van twee Utrechtse hoogleraren uit die tijd, Jan Ackerdijck en Barthold Jacob Lintelo baron De Geer van Jutphaas, te beschrijven. Het onderzoek naar die twee was voor mij het middel om bij het doel te komen: zicht op hun bibliotheek. Een mooie uitdaging, vooral ook omdat veel van het materiaal dat de Universiteitsbibliotheek van hen bezit nog niet was onderzocht.
"De Geer bezat een uitgebreide bibliotheek in een van zijn twee huizen aan de Nieuwegracht. Veelzeggend is wellicht dat zijn boekenverzameling na zijn dood meer opbracht dan het huis. Hij had bibliofiele neigingen. Zo was hij eigenaar van een verzameling pamfletten en een aantal zeer kostbare folianten. De Universiteitsbibliotheek heeft een uitgebreide correspondentie van De Geer, waarin ik aanwijzingen aantrof over de precieze samenstelling van zijn bibliotheek. Daarnaast heb ik in het onderzoek naar beide hoogleraren onder meer persoonlijk archiefmateriaal, notitieboekjes, catalogi, jurisprudentie en notariële aktes gebruikt.
"Van de enorme omvang van het persoonlijk archief van hoogleraar staathuishoudkunde Ackerdijck in de Universiteitsbibliotheek, sta ik nog steeds versteld. Hij bewaarde werkelijk alles en ordende dat materiaal op welhaast obsessieve wijze. Al die mapjes, registers en aantekeningen waren voor mij naast de veilingcatalogus van grote waarde. Ik heb drie maanden aan al die dingen mogen snuffelen op zoek naar weer een nieuwe aanwijzing over een boek dat hij bezat of dat hem interesseerde.
"De cursus Huizen van de Wetenschap van hoogleraar Leen Dorsman opende twee jaar geleden mijn ogen voor de rijkdom van de universiteit. De geschiedenis, de tradities, de gewoonten, gevoegd bij de intellectuele sfeer, ik werd daar echt door gegrepen. Dit gecombineerd met mijn fascinatie voor het fenomeen verzamelen en mijn interesse in de bibliotheekwereld verklaren hoe ik bij dit onderwerp voor mijn afstudeerscriptie kwam. Ik heb het dan ook heerlijk gevonden mij voor een poos ongegeneerd te mogen begeven in de wereld van twee opmerkelijke hoogleraren uit de negentiende eeuw." XB
Marieke Monsieurs houdt op 19 april een lezing over haar afstudeerscriptie in de Bucheliuszaal van de Universiteitsbibliotheek. Deze lezing die om half een begint, past in de reeks Bucheliuslezingen waarin dit voorjaar docenten en studenten vertellen over hun onderzoek naar de bijzondere collecties van de bibliotheek.
Maarten Tromp
'Twee strekkende kilometer papier wacht op een bestemming'
Maarten Tromp is als medewerker van de afdeling Archief en Registratie al ruim twintig jaar verantwoordelijk voor de selectie van documenten in het Bestuursgebouw.
![]() |
"Behalve in de bibliotheek en in het universiteitsmuseum is ook hier veel historisch materiaal te vinden. In onze archiefbewaarplaats staat bijna twee strekkende kilometer papier te wachten op een definitieve bestemming. Van alle officiële brieven en stukken die het Bestuursgebouw in- of uitgaan, krijgen wij een exemplaar. Na twintig jaar wordt beslist wat ermee gebeurt, want de archiefwet bepaalt dat stukken die niet vernietigd worden, na twintig jaar moeten worden overgebracht naar een rijks- of gemeentearchief. Iedere maand gaat zo'n duizend kilo papier van onze stukken naar Scherpenzeel om te worden vernietigd. Ongeveer tien procent wordt overgebracht naar het Het Utrechts Archief.
"Op papier is het criterium voor die selectie eenvoudig: beleid blijft bewaard, uitvoering is vernietigbaar. Zo gaan bijvoorbeeld alle personeelsdossiers 10 jaar na ontslag de papierversnipperaar in. Maar in de praktijk is het minder simpel. Dat blijkt wel uit het feit dat het selectiedocument van de universiteiten ruim tweehonderd pagina's dik is. Toch blijft de keuze tot op zekere hoogte arbitrair. Wat wel en niet bewaard blijft, is dan ook mede afhankelijk van wie hier zit en hoe goed diegene de universiteit kent.
"Op dit moment zijn we bij de faculteiten aan het kijken wat daar nog te vinden is. Soms komen we heel bijzonder dingen tegen. Nog niet zo lang geleden vonden we in het Ornstein Laboratorium twee mappen met de briefwisseling tussen in Duitsland te werk gestelde studenten en hun Utrechtse hoogleraren. Er zat een kaartsysteem bij, waarop precies was bijgehouden waar en onder wat voor omstandigheden de studenten werkten en hoe het met hun gezondheid stond, uniek materiaal dat we vanzelfsprekend zorgvuldig bewaren.
"Mijn werk lijkt misschien verschrikkelijk eentonig, maar ik vind het heerlijk. Dat kan mijn vrouw beamen, want thuis heb ik nog eens een meter of vijf archief staan van de Nederlandse Vereniging voor Raketonderzoek, waarvan ik secretaris ben. Wij bouwen raketten, die we een paar keer per jaar op de Veluwe lanceren en die, als alles goed gaat, een hoogte van twee tot drie kilometer bereiken." EH
Bertine Bouwman
'Een bibliotheek is meer dan een collectie boeken'
Bertine Bouwman is collectiespecialist Geschiedenis in de Letterenbibliotheek in de binnenstad en onder andere verantwoordelijk voor de aanschaf en het rubriceren van boeken en tijdschriften op dat uitgebreide gebied van Oudheid tot Moderne Tijd, van economische geschiedenis tot 'groene' geschiedenis.
![]() |
"Het gaat om een waanzinnige hoeveelheid boeken, en dus ook geld; daarom moet je goed weten wat je doet. Welk boek schaf je wel aan, welk niet. Dat doe je niet in je eentje. Je probeert door samenwerking met andere facultaire bibliotheken en de UB zo goed mogelijk binnen jouw 'profiel' te blijven.
"Het meest belangrijke is een goed contact met m'n achterban, de historici zelf, ook omdat 't altijd boeiend is te weten waar men mee bezig is. Het is mijn taak te overzien wat er allemaal uitkomt, via bijvoorbeeld recensies in vaktijdschriften of via electronische nieuwsbrieven, maar zij zijn de specialisten. Zij weten wat er op hun terrein aan nieuw onderzoek gaande is en wat zij of hun studenten mogelijk nodig hebben.
"Ik wil graag elk boek dat hier binnenkomt ook even in handen hebben, om het door te bladeren en om het de juiste plek in de collectie te kunnen geven. Omdat ik al vijf dagen per week zo intensief met geschiedenis bezig ben, kom ik er 's avonds niet meer toe. Ik heb zelf geschiedenis gestudeerd en soms mis ik het onderzoek nog wel eens. Maar die andere hobby's, zingen en sporten bijvoorbeeld, moeten ook een plekje krijgen.
"Het leuke aan mijn vak is dat je weet voor wie je het doet. Dat is het voordeel van een facultaire bibliotheek; die is net iets kleinschaliger. Zelfs de studenten kun je, via de instructies die wij geven, nog laten zien dat historisch onderzoek méér behelst dan alleen google'en. Die technologie heeft namelijk een enorme impact. Je ziet nu al dat de beschikbaarheid van informatie erg Anglo-Amerikaans gekleurd is, omdat die bronnen beter electronisch ontsloten zijn dan Duitse, Franse of Spaanse bronnen bijvoorbeeld.
"Sinds de komst van de electronische informatie, van full-text beschikbare bronnen op internet bijvoorbeeld, kun je het bibliotheekvak nauwelijks nog stoffig noemen. Integendeel: het is een dynamisch bedrijf. Met alleen ervoor zorgen dat het goeie boek op de goede plek in de kast staat ben je er niet. Digitale ontsluiting, zoekmachines, thematische websites, het is uit het alledaagse leven van een collectiespecialist niet meer weg te denken." AH


