Paul Ziche (42), filosoof en wetenschapshistoricus

Tijdens de viering van de dies in de Domkerk werd hoogleraar geschiedenis van de nieuwere wijsbegeerte Paul Ziche op 26 maart gehuldigd als Docent van het Jaar. Reden was onder meer zijn vermogen om studenten te laten zien hoe de filosofie zich heeft ontwikkeld in nauwe samenhang met de andere wetenschappen.

  Newton
  keuken 

“Als filosoof en wetenschapshistoricus ben ik gefascineerd door de manier waarop ons denken over wetenschap zich sinds het midden van de achttiende eeuw heeft ontwikkeld. Ik vind het steeds weer verrassend om te bedenken dat het concept wetenschap zoals wij dat nu kennen, pas rond 1780 is ontstaan. Wij beschouwen iemand als Newton nu als wetenschapper, maar in feite is dat een anachronisme. Zelf zag hij zich eerder als beoefenaar van de ‘filosofia naturalis’. Het idee dat alles wat wij nu wetenschap noemen onder één noemer valt, vinden we eigenlijk pas voor het eerst terug in kringen rond de Duitse filosoof Kant.

     
    Nutteloos
    Het boeiende is dat er in die tijd nog geen onderscheid wordt gemaakt tussen natuurwetenschap, maatschappijwetenschap en geesteswetenschap. Pas gaandeweg hebben de natuurwetenschappen de status gekregen van ‘modelwetenschap’. Ik hoop met mijn onderzoek te kunnen laten zien dat dat vooral het resultaat is geweest van een historische ontwikkeling waarin de methode van de bèta’s steeds meer als het model voor de ware wetenschap is gaan gelden. Niets ten nadele van die methode, maar het is maar één van de vele manieren om naar wetenschap te kijken. Rond 1900 zou op de vraag naar de typische modelwetenschappen, waarschijnlijk ‘wiskunde en klassieke filologie’ zijn geantwoord. Die twee takken van wetenschap hadden namelijk een grote traditie en precieze methoden. En ze waren volstrekt nutteloos en dus bij uitstek geschikt om wetenschap los van enig praktisch belang te bedrijven.”
   
    Oude collegeroosters
    Wat ik heel belangrijk vind in Utrecht is dat wij de geschiedenis van de filosofie niet alleen als een wijsgerige, maar ook als een historische discipline zien met bronnenonderzoek in bibliotheken en archieven. Ik interesseer mij bijvoorbeeld voor collegeroosters uit het verleden. Wat is de structuur, welke principes van ordening worden toegepast, wat zijn de leerboeken geweest? In Jena ben ik in een rooster uit 1790 voor de eerste keer de term ‘Naturwissenschaft’ tegengekomen, logisch want die universiteit stond sterk onder de invloed van Kant. Het ging om een vak waarin onderwerpen uit de verschillende faculteiten bij elkaar waren gebracht. Dat was in die tijd volstrekt nieuw. Ik wil nu graag onderzoek gaan doen naar Nederlandse collegeroosters om te zien hoe de ontwikkeling van de natuurwetenschappen zich hier heeft voltrokken. .
     
    Oneindig klein
    In mijn onderwijs probeer ik de geschiedenis van de filosofie voor studenten zo concreet mogelijk te maken door haar te verbinden met andere wetenschappelijke ontwikkelingen in een bepaalde periode. Dat helpt vaak om de zaak te verduidelijken. Neem bijvoorbeeld de filosofische vraag of je de werkelijkheid kunt beschrijven met behulp van begrippen die niet in die werkelijkheid kunnen bestaan. Daarvoor wijs ik op de infinitesimaalrekening, waarmee Newton probeerde de baan van een planeet wiskundig te beschrijven. Hij deed dat door die kromme op te splitsen in oneindig kleine stukjes rechte lijn, maar veel filosofen vonden dat zo’n hypothetische beschrijving geen waarde voor de praktijk kon hebben. De infinitesimaalrekening was dus aanleiding voor filosofen om een traditionele filosofische vraag in een concrete context opnieuw te stellen. Zo’n voorbeeld kan de geschiedenis van de filosofie voor studenten tot leven brengen door haar te verbinden met andere wetenschappelijke contexten.
     
    Schelling
  keuken Mijn grootste ‘held’ om het zo te noemen is Schelling, een iets jongere tijdgenoot van Kant. Hij vond, net als Humboldt, dat onderwijs en onderzoek onlosmakelijk met elkaar verbonden zijn. Hij zag de universiteit bovendien als een club, een ‘Verein’. In zijn tijd was dat een heel innovatieve en liberale maatschappelijke structuur. Je had academies, geleerde genootschappen en universiteiten, maar die hadden allemaal een heel rigide en hiërarchische structuur. Verenigingen waren vrij en stonden open voor iedereen die mee wilde doen en geïnteresseerd was. Bovendien waren alle leden van een ‘Verein’ in de ogen van Schelling gelijkwaardig. Ik vind dat een mooi model en het aardige is dat wij ons departement Wijsbegeerte in Utrecht eigenlijk ook een beetje als zo’n soort club beschouwen.
  Friedrich Wilhelm Joseph Von Schelling (1775-1854)
     
    Tijdmachine
  keuken De periode rond 1800 was in Duitsland trouwens toch een heel bijzondere. Als ik een tijdmachine zou hebben, zou ik daar wel een keer naar toe willen. Stel je eens voor: grootheden als Hegel en Schelling, die toen samen college gaven aan een groepje van tien studenten. In die colleges moesten de studenten stellingen verdedigen die het tegenovergestelde beweerden van wat Hegel en Schelling hadden gezegd. Heel fascinerend. Ik zou dan ook graag een uitstapje naar Dresden maken als Schelling, Tieck, Novalis en de gebroeders Schlegel, vijf van de grootste denkers en schrijvers van hun tijd, daar in het voorjaar van 1796 een maand doorbrengen. Zij bezoeken musea, maken lange wandelingen, drinken veel wijn en spreken over filosofie, wetenschap, literatuur en kunst. Als ik daar toch eens bij had kunnen zijn.”
  De Elbe in de buurt van Dresden rond 1800
     
    Auteur: Erik Hardeman

Eerdere afleveringen van In de keuken van..

‘Wie denk je wie Jan gezien heeft?’ (1 april 2010)
Myrte Merkestein (27), hersenonderzoeker (25 maart 2010)
Peter Bijl (26), klimaatonderzoeker (18 maart 2010)
Dirk Rijkers (43), verbindingen maken die in de natuur niet voorkomen (11 maart 2010)
Ermes Braidot (29), op zoek naar de oerknal (4 maart 2010)
Kristien Hepping (26), juridisch onderzoeker (25 februari 2010)
Corine van Wijhe (24), psycholoog (18 februari 2010)
Marc van Dijk (32), bioinformaticus (11 februari 2010)
Emiliya Kirilova (29), palaeo-ecoloog (4 februari 2010)
Op zoek naar bijwerkingen (28 januari 2010)
Tienduizend muggengebitten (20 januari 2010)