Nobelprijswinnaars
Rudolf Magnus | Christiaan Eijkman | Petrus Josephus Wilhelmus Debye | Nicolaas Bloembergen | Gerard 't Hooft
Rudolf Magnus
(1873-1927) werd geboren in Braunschweig, studeerde in Heidelberg geneeskunde en kreeg in 1908 een aanstelling als eerste Utrechtse hoogleraar farmacologie. Zijn aanvangssalaris was 4000 gulden per jaar. Hij raakte in toenemende mate geinteresseerd in de werking van reflexen en stond op de nominatie voor een Nobelprijs toen hij tijdens een vakantie in Zwitserland plotseling overleed. Hij zorgde voor een nieuw laboratorium aan de Vondellaan, dat in 1928 werd geopend en in 1968 herdoopt tot Rudolf Magnus Instituut. De wetenschapper hield van schaatsen en gaf zijn hele lab soms een dag ijsvrij.
Christiaan Eijkman
(1858 - 1930) ontving in 1929 de Nobelprijs voor zijn onderzoek naar ontstaan en behandeling met vitamines van de ziekte beri-beri. De van geboorte Nijkerker volgde een studie tot militair arts in Amsterdam en werd uitgezonden naar Nederlands-Indie als medisch officier. In Batavia werd hij directeur van het Geneeskundig Laboratorium en in 1898 hoogleraar in Utrecht, met als specialisatie bacteriologie.
Petrus Debye
(1884 - 1966) werd geboren in Maastricht en studeerde aan de Technische Hochschule in Aken. In 1911 werd hij hoogleraar theoretische fysica in Zurich, vervolgens in Utrecht, daarna in Gšttingen en toen weer in Zurich. In 1940 maakte hij de overstap naar de Cornell University van New York. In 1936 kreeg hij de Nobelprijs. Hij verliet Utrecht al na twee jaar omdat hij hier de laboratorium-voorzieningen slecht vond.
Nicolaas Bloembergen
(1920 -) werd geboren in 1920 en studeerde in Utrecht natuurkunde. In 1981, toen hij inmiddels aan Harvard was verbonden, won hij de Nobelprijs voor natuurkunde, voor zijn bijdrage aan de 'laser spectroscopy'. Hij leverde voorts belangrijke bijdragen aan het NMR-onderzoek dat structuren van bijvoorbeeld moleculen zichtbaar maakt, vandaar dat het NMR-gebouw in De Uithof naar hem is vernoemd.
Gerard 't Hooft
(1946 -) kwam ter wereld in Den Helder en ging wis- en natuurkunde studeren in Utrecht. Hij werd op aandringen van zijn ouders lid van studentenvereniging USC: "Ze waren bang dat ik anders helemaal geisoleerd zou raken." Als theoretisch fysicus heeft hij vooral onderzoek gedaan aan 'de theorie van de zwakke kracht'. Na korte benoemingen in Geneve, Harvard en Stanford werd hij in 1977 in Utrecht tot hoogleraar benoemd. Een van de winnaars van de NWO-Spinoza-prijs en, in 1999, de Nobelprijs.


