De Grootste UU'ers Aller Tijden: Deskundigen
'De Week van de Geschiedenis', de genealogie-rage, de hype rondom de boeken van Geert Mak en het nationale geschiedenismuseum van Jan Marijnissen. Past de verkiezing van de Grootste UU'er Aller Tijden ook in dit rijtje van oplevend nationaal-historisch of het is louter Spielerei? Een aantal geschiedenisliefhebbers uit de universitaire banken laat er zijn licht over schijnen.
Joke Schuller
Joke Schuller, conservator bij het Universiteitsmuseum voor de UU-geschiedenis en de geschiedenis van het studentenleven: "Dit soort verkiezingen zijn onzin. Als ik zo'n lijst met namen zie, dan valt mij vooral de diversiteit van die mensen op, en de diversiteit van redenen waarom ze bekend geworden zijn. Dat kun je niet onderling vergelijken. Juist die diversiteit is leuk: van zo'n lijst zou een heel aardig boekje te maken zijn."
Dat er zo'n gering aantal vrouwen op de lijst staat, deert haar niet. "Als je het over universitaire geschiedenis hebt, dan waren vrouwen er gewoonweg lange tijd niet."
Schuller vindt het moeilijk om een UU'er te kiezen. "Ik zou er niet eentje als zijnde de belangrijkste uit kunnen pikken. Als beheerder van het hooglerarenarchief hier in het Universiteitsmuseum zijn al die mensen een soort hobby van me geworden, en heb ik ontdekt dat elke kandidaat ook weer zijn mitsen en maren heeft. Als kunsthistorica heb ik een zwak voor de hoogleraar Vogelsang, maar die komt niet op de lijst voor. Die heeft bijvoorbeeld goede kunstenaars weten aan te trekken om de affiches bij de lustra van het Studentencorp te laten maken. Terwijl ik als museummens weer Hubrecht op de lijst van 'naamgevers' mis. Die heeft een aantal glasmodellen van zeedieren aangekocht, die nu tot het mooiste bezit van het Universiteitsmuseum behoren. Ook als wetenschapper was hij niet onbelangrijk, omdat hij in Utrecht de leer van Darwin heeft trachten te introduceren. Maar er eentje uitkiezen, nee, ik zou het niet kunnen."
Renger de Bruin
Dr. Renger de Bruin, hoogleraar Utrecht Studies en conservator van de historische afdeling van het Centraal Museum: "Dat Fortuyn de grootste Nederlander is geworden kan sterk beïnvloed zijn door lobby's, bijvoorbeeld vanuit de zakenwereld waar Fortuyn grote populariteit geniet. Bij het samenstellen van een waardevolle rangorde is zo'n lobby een behoorlijk verstorende factor. Toch ben ik dol op rangordes. Ik denk dat ranglijsten patronen zichtbaar kunnen maken. In de verkiezing van het Ublad wordt bijvoorbeeld duidelijk wie als bekendste wetenschapper wordt gezien. Dat zegt misschien meer over degenen die gestemd hebben en hun historisch besef dan over de persoon waarop gestemd is, maar het geeft óók informatie over de performance en impact van zo'n persoon."
Zijn grootste UU'er is Voetius. "Wie heeft veertig jaar lang de universiteit zo sterk gedomineerd als Voetius? Je kunt hem toch een beetje zien als stichter van de universiteit, als grondlegger van een theologische richting die naar hem is vernoemd, als studententrekker en als man met een grote morele en politieke invloed in de stad. Voor de vroedschap die rond 1640 in de stad de macht had, gold Voetius als een soort goeroe. En hoewel zijn theologische opvattingen zeer orthodox waren, was hij als persoon weer onorthodox: alleen al het feit dat hij Anna Maria van Schurman van achter een gordijntje zijn colleges liet volgen, was voor die dagen zeer ongebruikelijk."
Liz Oomens en Adriejan van Veen
Studenten Liz Oomens en Adriejan van Veen, respectievelijk penningmeester en secretaris van de studievereniging van historici UHSK, weten dat onder historici dit soort uitverkiezingen afgedaan worden als flauwekul.
"Een zinnig mens houdt zich daar niet mee bezig", verwoordt Adriejan het sentiment. Liz: "Maar ondertussen loopt wél het halve instituut zich druk te maken over het feit dat Fortuyn wint, terwijl Van Oldenbarnevelt ergens laag in de top-honderd zit. Die lijsten hebben ook iets chauvinistisch: 'Kijk eens welke prachtige, grote mensen onze instelling heeft voortgebracht'. Daar is wat mij betreft niks mis mee. Zo'n lijst is een vertoon van trots, maar tegelijk lokt ze discussie uit. Waarom Jantje wel en Eva niet? Niet dat daarmee het historisch besef zal toenemen, maar er wordt wel nagedacht over ons verleden. Daar hou ik wel van."
Adriejan is sceptischer: "De Grootste Nederlander heeft wel tot debat geleid, maar ik denk dat de Grootste UU'er daarvoor te high brow is. Er staat dan wel een nationale bekendheid als Maarten van Rossem op de lijst, en qua belang voor de instelling denk je al gauw aan de Nobelprijswinnaars, misschien ken je de naamgever van je gebouw nog een beetje, maar dan ben je als student toch wel weer uitgepraat over die universiteitsgeschiedenis. Ik kan me niet voorstellen dat studenten daar veel pauzetijd aan besteed hebben of dat er veel emoties zijn losgemaakt. Bij de Grootste Nederlander was dat wél het geval. Die verkiezing heeft de vaderlandse geschiedenis toch weer een beetje op de kaart gezet en de belangstelling daarvoor - dus voor het zoeken naar een eigen identiteit - is in deze tijd van globalisering en multiculturaliteit groot."
En hadden de studenten graag meer vrouwen op de UU-lijst gezien? Liz: "Ik denk dat vier vrouwen op een lijst van vijftig een goede afspiegeling geeft van de universitaire geschiedenis. In de wetenschappelijke wereld zijn vrouwen nog steeds niet tot dezelfde hoogte doorgedrongen als mannen. Vrouwen horen niet op zo'n lijst te staan omdat ze vrouw zijn, maar omdat ze voor de UU als een soort 'icoon' gelden. Binnen ons eigen geschiedenis-instituut is Maarten van Rossem nou eenmaal meer icoon dan pakweg de hoogleraar Middeleeuwen Mayke de Jong. So be it."
De twee studenten hebben pro domo gelozen. Adriejan: "Ik heb voor de drie historici gekozen: Kernkamp, Geyl en Von der Dunk. Zeker wat Geyl betreft is daar inhoudelijk veel voor te zeggen. Die had een grote internationale faam. Als je bij een buitenlander informeert naar de Nederlandse historici die zij kennen, is hun antwoord steevast: 'Hoisingka en Kail'. Huizinga en Geyl, dus."
Leen Dorsman
Hoogleraar Universiteitsgeschiedenis Leen Dorsman: "Ik vind die verkiezing van het Ublad leuker dan die van de Grootste Nederlander. Die landelijke verkiezing wordt gekaapt door rare sentimenten; tien jaar geleden zou het nog ondenkbaar geweest zijn dat Pim Fortuyn zelfs maar op die lijst was voorgekomen, laat staan winnaar werd. Wat dat betreft is de verkiezing van de Grootste UU'er homogener: het gaat om onze eigen wetenschappers. Dat is straight. De kans dat allerlei sentimenten een rol spelen, is veel geringer. Maar ik geloof er niks van dat zo'n verkiezing bijdraagt aan wat zo chic 'corporate image building' heet. Het kan wel de aandacht nog eens vestigen op de geschiedenis van je eigen instelling of van je vakgebied."
En wat betreft het geringe aantal vrouwen op de lijst: "Wat dit punt betreft is de lijst correct, maar zij illustreert wel tegelijkertijd duidelijk hoe hopeloos we achter lopen aan de universiteit. Dat geldt trouwens niet alleen voor vrouwen. De hele allochtone sector komt op de lijst niet voor, of je zou de uit Sri Lanka afkomstige Quint Ondaatje als zodanig moeten typeren. Universiteitsgeschiedenis is tot eind 19de eeuw vooral een witte mannengeschiedenis."
De held van Dorsman is Donders. "Die man heeft mensen brillen gegeven die echt goed waren. Daarmee werd hij in zijn eigen tijd als een grote weldoener en bijna mystieke wonderdokter gezien. Hij gaf mensen weer het licht in hun ogen terug... zoiets. Wat mij vooral in hem boeit is zijn cross-over aanpak. Het opzoeken van grenzen tussen vakgebieden, wat momenteel zo bloeit, was voor Donders al vanzelfsprekend. De fysiologie, de psychologie, de oogheelkunde, de praktijk én de theorie én het experiment... hij was al een soort wandelend biomedisch cluster. En toch geen vakidioot: Donders hield ook erg veel van schilderkunst, muziek en literatuur. Bovendien was hij maatschappelijk actief in allerlei gezondheidscommissies in de stad, en natuurlijk was daar het Ooglijdersgasthuis voor minvermogenden, dat hij gedeeltelijk uit eigen zak bekostigde. Ook als mens spreekt hij me erg aan: die geweldige liefdesbrieven, die hij als 70-jarige schreef aan de 33-jarige schilderes Bramine Hubrecht, die zijn officiële hoogleraarsportret moest maken en waarop hij tijdens de schildersessies allengs verliefd werd. Aandoenlijk."