Eerste Liefde

Jan-Willem van der Mijde (24) studeert Theater-, Film- en Televisiewetenschap. Hij meldde zich aan voor de rubriek om zijn grote liefde Sarie te verrassen.

“De eerste keer dat ik Sarie zag was tijdens een sollicitatiegesprek. Ik werk voor Blik, het studententijdschrift van Media- en Cultuurwetenschappen, en we zochten nieuwe redacteuren. Sarie viel me meteen op. Ze was niet zo’n standaardstudent. Ze is erg open en ze kan zich goed uitdrukken. Ze werd aangenomen. Bij redactievergaderingen ging ik altijd dicht bij haar zitten. Ik voelde me goed bij haar, omdat ik helemaal mezelf kon zijn.

“In de zomer van 2008 werd ik echt verliefd. Sarie heeft een schildklierziekte en in die periode moest ze een kuur ondergaan met een radioactief medicijn. Ze mocht twee weken lang niet in de buurt van andere mensen komen. Ik mistte haar en belde haar op. Toen realiseerde ik me dat ik haar wel bijzonder leuk vond.

“Het duurde even voordat we echt verkering kregen. We zijn elkaars eerste liefde en misschien maakt je dat ook wat voorzichtig. We hebben echt de tijd genomen om elkaar te leren kennen. We bezochten samen het Nederlands Filmfestival. Eerst gingen we dan ergens eten en na de film vaak nog praten op haar kamer. Soms ging ik om vier nog terug naar mijn huis in Rotterdam. Dan moest ik meteen door naar mijn werk bij de post, en dan werkte ik van zeven tot vijf. Dat was slopend.

“Op een dag vroeg ze aan mij: ‘Zou je willen dat ik je vriendin was?’ ‘Heel graag’, heb ik geantwoord. Het is nu bijna een half jaar aan en ik zou het wel van de daken willen schreeuwen.

“Mijn vader vind haar ook erg leuk. Dat vind ik belangrijk. Ik ben erg close met mijn vader. Hij steunt me altijd. Ik vond het best spannend om haar moeder te ontmoeten. Zij zijn Indonesisch en gelovig en ik niet, maar dat verschil was geen enkel probleem.

“Veel van mijn vrienden gaan samenwonen en dat zou ik ook graag doen. Maar het lijkt ons allebei beter om nog wat langer op onszelf te wonen en te leren om zonder elkaar te zijn, voordat we die grote stap wagen."

Alette van Doggenaar