interview met Robbert Welagen

Is tweedejaars Kunstgeschiedenis. Welagen (26) won met zijn boek Lipari de Selexyz debuutprijs

Inge Razenberg

"Ik heb nooit de droom gekoesterd schrijver te worden. Na mijn middelbare school ben ik naar de kunstacademie in Den Bosch gegaan waar ik me fanatiek op het schilderen richtte. Maar na twee jaar kwam ik erachter dat ik helemaal niet goed kan schilderen. Ten minste, andere mensen vonden mijn werk goed maar ikzelf niet. Toen heb ik me op het schrijven gestort en in die richting ben ik ook afgestudeerd. Na de kunstacademie ben ik naar Utrecht gegaan om Kunstgeschiedenis te studeren. De theorie die ik miste in Den Bosch, krijg ik nu door deze universitaire studie. Het is een heel andere manier om naar kunst te kijken. Mijn boek heb ik tijdens mijn studie geschreven, dat is goed te combineren.

Als ik schrijf, heb ik rust nodig. Tegelijkertijd teksten tikken en theeleuten in een of ander literair café is niets voor mij. Ik doe niets liever dan thuis mijn computer aanzetten om vervolgens te beginnen met tikken. Beginnen is nooit een probleem, het schrijven zelf is iets lastiger. Ik maak graag zo kort en helder mogelijke zinnen, vooral als ik iets ingewikkelds wil zeggen. Het maken van een mooie zin die gewoon goed is, is een uitdaging. Ik heb drie maanden gedaan over het schrijven van mijn boek. Toen ik klaar was, dacht ik, hey dit kan ik wel naar een uitgever sturen. Ik had toen nog met niemand uit die wereld contact. Ik stuurde mijn boek naar enkele uitgevers en Nijgh en Van Ditmar belde me. We maakten een afspraak, praatten wat en toen zeiden ze: 'we willen je boek wel uitgeven'. Zo eenvoudig was het.

Lipari is een eilandje in de Middellandse Zee. Op het eiland staat een hotel dat bijna niemand bezoekt. Enkel een geroyeerde advocaat en een twintig jaar jongere vrouw brengen hun dagen naast het zwembad door. De hoofdpersoon uit het boek is een jongen die een aantal keer per jaar de collegebanken ontvlucht. Hij is geïntrigeerd door die twee mensen en trekt gedurende hun vakantie met ze op.

De hoofdpersoon in het boek heb ik op mezelf gebaseerd. Ik geloof dat je alleen kunt schrijven over dingen die dicht bij je staan. Ik kan geen boek schrijven over een vissertje in Griekenland. Daarvoor zou ik eerst tien jaar als visser in dat land moeten gaan wonen om de subtiliteiten van het vissersleven te doorgronden. Voor mijn boek heb ik mensen en plekken uit mijn leven als uitgangspunt genomen en daar heb ik op door gefantaseerd. Het stel uit het boek ken ik niet echt, maar via mijn ouders ken ik wel mensen die daarop lijken. Van daaruit ben ik verder gaan denken: hoe zou het zijn als die twee mensen op zo'n eilandje zouden zitten en hoe zou ik met ze omgaan als ik daar ook zou zijn. Alledrie de mensen uit mijn boek zijn op de vlucht. Dat is een thema dat in al mijn verhalen terugkomt. Mijn moeder vraagt wel eens: 'jongen, wat is dat toch met al dat vluchten in jouw verhalen?' Ik heb altijd de drang om te denken dat het ergens anders veel beter is. Ik verhuis dan ook erg veel. In de drie jaar dat ik in Den Bosch woonde, heb ik op drie verschillende plekken gewoond. Toen ben ik een jaartje in Tilburg gaan wonen en nu woon ik alweer in mijn tweede kamer in Utrecht. Maar binnenkort verhuis ik waarschijnlijk naar Amsterdam. Ik heb het idee dat als ik verhuis er ook iets verandert. Meestal is dat zo'n twee maanden waar en dan merk ik dat ik toch weer dezelfde routines heb. Die verandering waar ik naar op zoek ben, zoeken anderen in dingen als uitgaan, maar daar houd ik niet van. Ik zie niet in waarom ik in een rokerige, veel te kleine ruimte in iemands oor zou willen schreeuwen. Dan verhuis ik liever.

Voor ik mijn boek geschreven had, had ik het niet zo druk. Ik houd ervan om niets te doen. Het is niet dat ik lui ben, ik zoek naar de leegte. Grappig genoeg was ik vroeger helemaal niet zo, ik was als kind erg druk, stond altijd vooraan. Hoe dat zo veranderd is, is een mysterie. Mijn idee voor het boek ontstond uit die zucht naar leegte. Ik zag een beeld voor me van een verlaten zwembad waar een aantal mensen aanzit. Ze zijn helemaal afgezonderd van alle drukte, van mensen die carrière maken, studeren, vriendjes hebben, verliefd worden. De mensen daar brengen hun dagen door met nietsdoen. Dat vond ik een ontzettend plezierig beeld en het leek me een prachtige manier om te vluchten.

Tegenwoordig is er weinig tijd meer voor nietsdoen, ik ben met allerlei dingen bezig. Ik geef lezingen, ga naar het Boekenbal en naar allerlei evenementen die via mijn uitgever georganiseerd worden. Daarnaast studeer ik dus ook nog. Soms is dat wel gek, 's avonds ben je op recepties waar iedereen je als schrijver kent en 's ochtends om negen uur zit je gewoon weer als anonieme student in de collegebanken. Naast dit alles ben ik bezig met mijn tweede boek, dat is al bijna af. Ook in dit boek zal het draaien om ontmoetingen tussen vluchtende mensen. Ik voel me, nu ik de Selexyz Debuutprijs heb gewonnen, niet onder druk staan, het is juist een stimulans. Dat ik die prijs won, kwam voor mij overigens totaal onverwachts. Ik was in mijn eentje naar de uitreiking gegaan en vond het al leuk dat ik gratis drankjes kreeg. Toen bleek opeens dat ik gewonnen had. Daar sta je dan voor honderd man op een podium met een enorm grote bos bloemen in je armen, zie je dan maar eens een houding te geven. Ik heb een aantal mensen bedankt en ben toen vlug het podium afgewerkt want de presentatoren zagen gelukkig ook wel dat ik niets meer te zeggen had.

Nu ik die prijs gewonnen heb en mijn naam overal vermeld staat, weten steeds meer mensen dat ik schrijf. Vrienden vragen wel eens grappend of ze wat mogen lenen, omdat er een geldbedrag aan de prijs verbonden zat. Af en toe word ik herkend op straat, dan kijken mensen naar me en vraag ik me af of er een vlek op mijn hoofd zit of tomatensap in mijn haar. Voorbijgangers zeggen soms dat ze mijn boek mooi vinden en vervolgens voelen ze zich zo opgelaten dat ze vlug doorlopen. Ik vind het nog wel gek, er hangt zo'n hele mythe om schrijvers heen, alsof het engeltjes zijn die uit de hemel komen dalen voor een interview. Ik voel me geen engeltje en bovendien bestaat er volgens mij geen echte schrijverswereld omdat de meeste auteurs nergens echt bij willen horen. Al die aandacht is leuk, maar het allerleukste is om thuis naar je scherm te zitten staren en lekker dingen te bedenken."

Streamer: ''s Avonds ben je op recepties waar iedereen je als schrijver kent en 's ochtends om negen uur zit je gewoon weer als anonieme student in de collegebanken'

Verschenen op 14-06-2007 in Ublad 31 (38).