Doodstraf-advocaat Bart Stapert betrekt zolderkamertje Willem Pompe Instituut: 'Ik ben geschrokken van het onfatsoen en de ongenteresseerdheid in Nederland'

Doodstraf-advocaat Bart Stapert betrekt zolderkamertje Willem Pompe Instituut: 'Ik ben geschrokken van het onfatsoen en de ongenteresseerdheid in Nederland'

Advocaat Bart Stapert ontving dit voorjaar een ere-doctoraat van de Universiteit Utrecht voor zijn inspanningen voor ter dood veroordeelden en kansarmen in de Verenigde Staten. In september keerde hij terug naar Nederland om wetenschapper te worden. "Ik kies altijd het perspectief van de verdachte."

De dag voordat de Twin Towers vielen vloog Bart Stapert naar Nederland. Na jarenlange inzet voor Amerikaanse ter dood veroordeelden en voor de zwarte bevolking van St.Thomas, een van de armste wijken van New Orleans, was hij doodop. "Het nachtenlange doorwerken, het altijd maar moeten schooien om je salaris binnen te halen. Ik snakte naar rust."

Stapert vertelt het verhaal over zijn definitieve terugkeer in 'het pantoffelkamertje' van het Willem Pompe Instituut aan het Janskerkhof. De ironie wil dat juist de forse Stapert de kleine zolderruimte toebedeeld kreeg, waarvan bekend is dat voetstappen zo doordreunen dat het dragen van schoeisel niet gewenst is. "Heerlijk", vindt Stapert zijn nieuwe, nog kale en van persoonlijke accenten gespeende, werkomgeving. "Als ik me als advocaat bijlas of onderzoek deed, was het altijd functioneel. Ik zocht meestal naar specifieke jurisprudentie. Nu kan ik verder, dieper, gaan."

Het was ere-promotor prof.dr. Chrisje Brants die hem op het spoor zette van een promotieonderwerp. Zij had al enige tijd plannen voor een rechtsvergelijkend onderzoek naar de positie van de verdachte in de Amerikaanse Grondwet en in het Europees verdrag voor de Rechten van de Mens. Stapert: "Ik had nog helemaal geen vastomlijnde plannen toen ik besloot terug te keren, maar dit was me op het lijf geschreven."

De jurist, die nog altijd twee ter dood veroordeelden verdedigt, zal ondermeer kijken naar de vermeende 'Amerikanisering' van het Nederlandse strafrecht. "In de Verenigde Staten zie je een uitholling van de rechten van verdachten door het beperken van het hoger beroep en het opleggen van zwaardere straffen. Nederland lijkt die invloed niet te kunnen weerstaan. CDA en zelfs PvdA roepen nu om strengere straffen. Het past allemaal in de gedachte dat je strafrecht kunt gebruiken om criminaliteit aan te pakken. Terwijl we eigenlijk wel weten dat strenger straffen voortkomt uit onmacht. Je bent dan al te laat. De oorzaken van de criminaliteit en de achtergronden van de verdachte, die zijn naar mijn gevoel van veel groter belang. Ik ben bang dat we nu naar de verkeerde middelen grijpen."

Hoe vaak heeft Stapert er als doodstrafadvocaat niet op gehamerd dat het juist de economische of psychische probleemgevallen zijn die ter dood worden gebracht? Hoe vaak heeft hij niet gepleit voor meer aandacht voor die sociale-emotionele context van de verdachte. Ook in zijn proefschrift wil hij het perspectief van de verdachte kiezen. "Binnen de rechtswetenschappen is het heel gemakkelijk van de theorie uit te gaan en te zeggen: 'Zo is de wet'. Maar hoe gaat het in de praktijk? Als een politieman echt wil dan vindt hij wel iets om iemand aan te pakken. Ik ben erg benieuwd wat een Marokkaanse jongen die 's avonds laat een politieagent tegenkomt denkt en voelt. In de Verenigde Staten zit het wantrouwen tegen de politie heel diep. Alle zwarte jongens hebben wel eens meegemaakt dat ze bij een surveillerende auto werden geroepen. Misschien valt het in Nederland wel mee, maar ik vraag het me af."

"Ik voel telkens weer die emotionele affiniteit met mensen die, in welk machtssysteem dan ook, onmachtig zijn", verklaart Stapert zijn voortdurende strijd. Hij is er de man niet naar om de komende drie jaar vanuit zijn zolderkamer door de bomen op het Janskerkhof de wereld te aanschouwen. Zijn nieuwe werkomgeving mag dan verdieping en contemplatie brengen, er is ook een keerzijde. "Ik was me niet zo bewust van het gebrek aan prikkels dat je als wetenschapper hebt. In New Orleans stond altijd wel iemand op me te wachten. Die directe voldoening die je voelt als je iemand geholpen hebt mis ik. Een hug of een telefoontje van iemand kunnen je het gevoel geven iets zinvols te hebben gedaan."

In Nederland is Stapert inmiddels lid geworden van het bestuur van Amnesty International, een organisatie waarvoor hij al in zijn studententijd vrijwilligerswerk verrichtte en waarmee hij altijd nauw contact is blijven houden. En op de achtergrond lonkt altijd de politiek. Een functie voor Groen Links heeft hij vooralsnog afgewimpeld. "Ik wil eerst wat meer gesettled zijn in Nederland."

De sociaal-democratie heeft voor Stapert, jarenlang een trouw PvdA-lid, afgedaan. "De partij stond voor mijn gevoel altijd pal voor de mensen die aan het kortste einde trekken, maar daar ben ik niet zo zeker meer van. In het integratiedebat en het debat over de oorlog in Afghanistan positioneert de PvdA zich duidelijk in het midden."

En de noodzaak tot een radicalere opstelling is duidelijk, meent Stapert. In Amerika bestempelde hij Nederland altijd graag als het land van de rede en de relativering, waar bejaarde Duitse oorlogsgevangenen vrijheid werd gegund ondanks de misdaden die ze in een ver verleden hadden begaan. Tot zijn spijt neemt hij nu, terug in Nederland, een Amerikaans soort verharding waar.

"Het debat over de Twee van Breda speelde vlak voordat ik uit Nederland vertrok. De opstelling van Korthals Altes in die zaak heeft toen grote indruk op me gemaakt en stond voor mij altijd symbolisch voor typisch Nederlandse waarden. Maar ik ben echt geschrokken van het onfatsoen en de ongenteresseerdheid die op me af zijn gekomen na mijn terugkomst. Taxichauffeurs die even het gaspedaal indrukken voor een meisje met een hoofddoekje en taal uitslaan die in het diepe zuiden van Mississippi niet zou misstaan. In de Pijp waar ik woon, zie ik blanke en zwarte samenlevingen naast elkaar ontstaan. Ik herkende dat niet.We gaan naar mijn gevoel niet goed om met die Nederlandse waarden als rationaliteit en beschaving. Daarin past geen discriminatie of strenger straffen."

Hoewel hij bewust afstand neemt van zijn tweede thuisland volgt Stapert via vrienden en de media de situatie in de Verenigde Staten op de voet. In de zoektocht van president Bush naar Bin Laden ziet hij een duidelijke parallel met de traditionele Amerikaanse opstelling in de doodstrafkwestie. "Wij stellen een iemand verantwoordelijk. Die gaan we pakken. En als die dood is, is het probleem opgelost. Wat er verder allemaal aan de hand is interesseert ons niet", omschrijft hij de Amerikaanse gedachtengang,

Tegelijkertijd echter heeft de aanslag op het WTC een dag na zijn vertrek de bewuste breuk versterkt. "Het is opeens een heel ander land geworden. Voor het eerst zijn de Amerikanen geraakt op eigen grond. Er zijn dingen gaande die ik ook niet ken. Aan de ene kant kan dit een wake-up call zijn om eens wat meer na te gaan denken over waar dat anti-Amerikanisme vandaan komt, maar aan de andere kant ben ik bang dat Amerikanen het vertrouwen verliezen dat hen zo sterk maakt. Ik houd van die positieve instelling, die can do attitude. Als Nederlander kijk je misschien sceptisch naar al dat vlaggegezwaai, maar het is toch wat mensen, ook in de sloppenwijken, staande houdt. En wat, in ieder geval bij mij, aanstekelijk werkt."


CV

1984-1989: Landencoordinator VS en doodstrafspecialist Amnesty International

1989: Vertrek naar VS. Medewerker Virginia Coalition on Jails and Prisons en het Southern Center for Human Rights in Atlanta

1989-heden: Betrokken bij meer dan 70 doodstrafzaken

1993-1996: Loyola Law School in New Orleans

1996-2001: Oprichter en directeur van het 'Community Law Center', een advocatenkantoor in de arme zwarte wijk St.Thomas in New Orleans

2001: Ere-doctoraat Universiteit Utrecht

Vanaf Juni 2001: lid landelijk bestuur Amnesty International Nederland

Xander Bronkhorst

Verschenen op 06-12-2001 in U-blad 15.