interview met Promise Mkwananzi
ontvluchtte als Zimbabwaans studentenleider zijn land en studeert sinds september aan het University College.
Femke van Zeijl
Een student in Zimbabwe eet één keer per dag, soms maar een keer in twee dagen. Als ik 's ochtends brood ging halen moest ik snel zijn. Betaalde ik om acht uur nog 4000 Zim dollars, twee uur later was de prijs al 6500.
Zimbabwanen waren niet eens zo lang geleden trots op hun land. We waren de graanschuur van Afrika, de bevolking was een van de hoogste opgeleide van het continent en de infrastructuur was goed. We hadden een stabiel bestuur en vrijheid van meningsuiting. Dat is allemaal verdwenen. Zimbabwe kent nu honger en een inflatie van vijfduizend procent. Iedereen die zich uitspreekt tegen het regime van president Mugabe riskeert arrestatie, marteling en verdwijning. Duizenden landgenoten per dag vluchten de grens over naar bijvoorbeeld Zuid-Afrika, Botswana en Zambia.
Robert Mugabe kreeg zelf maar liefst zeven universitaire graden. Hij onderscheidde zich vroeger van andere Afrikaanse leiders door zijn nadruk op onderwijs, maar nu keren zijn hoogopgeleide onderdanen zich tegen hem en dat pikt hij niet. Hij heeft in 2005 de studieleningen stopgezet, omdat de studenten volgens hem ondankbaar waren. Daardoor moest tachtig procent van de studenten stoppen met hun studie.
Dat er iets mis was, merkte ik halverwege de jaren negentig toen ik nog op de middelbare school zat. Ik ben opgegroeid in Kadoma, een kleine stad in de Midlands. Mijn ouders waren arm, maar voor mijn opleiding kreeg ik geld van buitenlandse fondsen. In die tijd begonnen de oorlogsveteranen zich te roeren. De mannen die voor de onafhankelijkheid hadden gevochten was van alles beloofd, maar ze hadden niets gekregen. Ze eisten een pensioen. Mugabe heeft ze toen miljoenen betaald om ze stil te houden. De dag dat deze som werd uitgedeeld, kelderde de Zimbabwaanse dollar. De ingreep creëerde een aparte klasse van mensen met geld en dat destabiliseerde de economie. Daar kwam nog eens bij dat Mugabe soldaten naar de oorlog in Congo had gestuurd, wat verschrikkelijk veel kostte.
De economie stortte echt in toen de regering de boerderijen van de blanken ging onteigenen in 2001. Die grote boerenbedrijven waren de ruggengraat van onze economie. Ze werden overgedragen aan nieuwe eigenaars, veelal veteranen en partijgenoten, zonder enige garantie dat de nieuwe eigenaren deze bedrijven goed zouden leiden. De landbouwproductie daalde tot nog geen dertig procent van wat zij ooit was. Om mij heen werden ouders van vrienden werkloos, sommigen konden niet eens schoenen betalen. Het schoolgeld werd hoger en de maaltijden werden minder.
De hoofdmeester van mijn middelbare school sprak destijds vaak met trots over een oud-leerling die het heel ver had geschopt. Dat was de broer van een klasgenoot van mij: de inmiddels overleden Learnmore Jongwe. Hij was voorzitter van de nationale studentenbond Zinasu en beroemd. Sommige mensen zagen hem als de toekomstige president van Zimbabwe. In toespraken op school werd hij altijd genoemd: dit is misschien een arme school, maar kijk wat voor studenten we afleveren! Toen nam ik me voor ook zo iemand te worden om trots op te zijn.
Tijdens de eerste demonstratie van de oppositiepartij MDC bij mij in de buurt was Learnmore de spreker. Ik heb hem nadien aangesproken en gezegd dat ik ook wat wilde doen voor de democratie. Hij gaf me toen zijn nummer en moedigde me aan. Hij is mijn inspiratie geweest, een van de redenen dat ik rechten ging studeren, net als hij.
Vanaf het moment dat ik in de hoofdstad Harare naar de universiteit ging, heb ik geen normaal leven gehad. Alles op de campus was gepolitiseerd. De meeste studenten waren voor de democratie. Er waren bijna iedere dag demonstraties. Studenten zongen revolutionaire liedjes, en mobiele eenheid en traangas waren nooit ver weg. Ik werd een studentenactivist.
In 2005 werd ik tot voorzitter gekozen van de Zinasu, en meteen daarna gearresteerd. Een resolutie die we op de vergadering hadden aangenomen, stelde namelijk dat het regime van Mugabe onwettig was omdat de verkiezingen oneerlijk waren verlopen. Zo had de oppositie geen enkele kans gehad om campagne te voeren en liet de staatsmedia tegenstanders niet aan het woord. Op die Zinasu-bijeenkomst hadden medestudenten zelfs het portret van Mugabe van de muur gehaald.
Sindsdien heb ik zo vaak gevangen gezeten dat ik ben opgehouden met tellen. Mishandeling is in Zimbabwe een gangbare onvervragingstechniek. Sommige medestudenten zijn daardoor doorgedraaid. Ik ben er nog redelijk uitgekomen, heb alleen problemen met mijn geheugen. Jaartallen en data kan ik me vaak niet precies herinneren.
Soms kwam de politie midden in de nacht op mijn deur bonken en dan moest ik mee voor een ondervraging. Het wemelde op de campus van de agenten van de geheime dienst die zich voor student uitgaven, je kon niemand vertrouwen. De vriend die de vergadering voorzat waarin we de studententak oprichtten van de MDC bleek een spion te zijn. En toen ik ooit bij een rel wegholde riep een collega-student 'Deze kant op!' en leidde me zo direct in de armen van de politie bij een wegversperring.
Toch trok ik me er weinig van aan. Ik was te bekend om zomaar te verdwijnen. Bij de grote demonstratie op 11 maart van dit jaar, toen de leiders van MDC op weg naar het stadion werden gearresteerd, werd ik niet opgepakt. Ik ben klein en val niet zo op. Ik heb toen het publiek toe kunnen spreken. Op dat moment besloot de regering dat ik het enige probleem was dat nog vrij op straat rondliep en dat dat probleem geëlimineerd moest worden.
Er waren wegversperringen door het hele land, op zoek naar mij. De politie pakte twee mensen op die ze voor mij aanzagen. Een ervan was al bijna doodgeslagen voordat een collegastudent met zijn studentenkaart kon aantonen dat hij mij niet was. Mijn familie in Harare werd lastiggevallen, mijn ooms in elkaar geslagen. Ik was ondergedoken, maar het werd steeds duidelijker dat ik het land uitmoest, voor mijn eigen veiligheid en die van anderen.
Dat ik Zimbabwe kon worden uitgesmokkeld en werd toegelaten tot het University College, geeft mij een tweede kans. Omdat het onderwijs in het Engels is en ze hier studenten willen die bijzondere inzet tonen, leek me dit een geschikte plek. Door financiële steun van Nuffic en de universiteit Utrecht kan ik hier studeren. Nu kan ik de wereld vertellen wat er in Zimbabwe gebeurt. Ik wil Mugabe laten zien dat hij mijn leven niet heeft weten te verpesten. Dat ik een universitaire studie kan afmaken, ook al heeft hij mij van de universiteit laten gooien. En als de president er straks niet meer is, dan ben ik toegerust met de kennis om een rol te kunnen spelen in de wederopbouw van mijn land."
CV
Promise Mkwananzi (24) ging in 2003 rechten studeren aan de universiteit van Harare. In 2005 werd hij voorzitter van de nationale studentenvakbond Zinasu. Deze club vaart de koers van de oppositie. Sindsdien heeft het regime het op de studentenleider gemunt. Begin dit jaar werd hij van de universiteit gegooid. Toen hij bovenaan de hitlist van de geheime dienst bleek te staan, moest hij Zimbabwe ontvluchten. Eind augustus kwam hij aan in Utrecht waar hij aan het University College studeert.
Verschenen op 18-10-2007 in Ublad 7 (39).