analyse
Gestold wantrouwen
Universiteiten en overheid hebben last van "gestold wantrouwen". Alleen als ze dat doorbreken, is het mogelijk om het Nederlandse onderzoek te verbeteren, schrijft de Commissie Dynamisering.
Het wantrouwen van de overheid blijkt alleen al uit de opdracht die het ministerie van OCW aan de commissie meegaf. Die moest voorstellen doen om het universitaire onderzoek te dynamiseren, maar de vraag was eigenlijk: is er prestatiebekostiging mogelijk?
Het eindrapport verwerpt het idee van een stelselwijziging. Prestatiebekostiging bestaat eigenlijk al, stelt de commissie. Beroerde prestaties hebben genoeg gevolgen. Ondermaats onderzoek wordt niet aan universiteiten getolereerd want dat maakt ook weinig kans bij de fondsen van NWO en het bedrijfsleven. Wetenschappers die slecht functioneren, voelen dat in hun portemonnee.
Maar het wantrouwen van de overheid komt niet uit de lucht vallen. Universiteiten zijn defensieve instellingen die weinig inzicht willen bieden in hun reilen en zeilen. De commissie: 'En hoewel we zeker niet de indruk hebben dat universiteiten hun middelen voor onderzoek "over de balk gooien" vinden we het zorgelijk, en in feite niet van deze tijd, dat universiteiten niet in staat zijn om aan te geven waaraan ze het door de overheid toebedeelde onderzoeksbudget hebben besteed."
Het getuigt van weinig zelfvertrouwen om zulke informatie onder de pet te houden. Maar dezelfde geheimzinnigheid kleeft aan de evaluaties van het Nederlandse onderzoek. Sinds kort hebben de universiteiten hun onderlinge vergelijkingen afgeschaft en vervangen door een systeem waarin ze zichzelf 'internationaal' vergelijken. Iedereen mag zijn eigen evaluatiecommissie inhuren. De evaluaties zijn weliswaar "bevredigend", maar de commissie stelt ook fijntjes vast "dat er wel heel veel externe beoordelingscommissies het land worden ingevlogen". De vrees dat de buurman het beter doet, is misplaatst. De overheid laat straffen en belonen immers aan de universiteitsbestuurders over en als het aan de commissie ligt, blijft dat zo.
Dat de helft van het wetenschappelijk personeel in tijdelijke dienst is, maakt ook een angstige indruk. Veel talentvolle onderzoekers willen geen postdoc-plek en kiezen voor het bedrijfsleven. De commissie wil daarom 300 miljoen euro voor 'langetermijnplannen' en 'het creƫren van vaste posities' aan universiteiten. Maar ook zonder dat geld moeten de instellingen niet zo bang zijn om talentvolle onderzoekers een echte baan te geven.
Meer zelfvertrouwen is dus de boodschap aan universiteiten. Gooi de universitair onwaardige defensieve houding maar overboord.
HOP, Bas Belleman
Verschenen op 13-04-2006 in Ublad 26 (37).