InHetLab(2)
Dog Day Afternoon
Al voor de werkbespreking begint heb ik de glaasjes in hun eerste was gezet. Op die glaasjes ga ik later de zenuwcellen kweken, maar voor ze geschikt zijn om zenuwcellen te hechten moeten ze achtereenvolgens eerst een nacht in 65 procent salpeterzuur (dat overleeft niets en niemand), dan twee keer twee uur in gedestilleerd water om het salpeterzuur weer weg te wassen, en vervolgens een nacht in de oven op 225 graden om te drogen en wederom te steriliseren. Dan gaat er gedurende een nacht een goedje op waar de cellen goed aan kunnen hechten, maar dat moet er eerst wel weer worden afgewassen omdat te veel van dat goedje zeer giftig is. Dat laatste wassen gaat in twee beurten van twee uur. Na de werkbespreking doe ik de tweede was, zodat ik na de lunchpauze kan beginnen met de isolatie van de zenuwcellen uit muizenembryo's van 18 dagen oud, dus ongeveer twee, drie dagen voor hun geboorte.
Omdat ik de tweede was wat laat heb ingezet, heb ik nog twintig minuten voor ik kan beginnen: ideaal voor een potje pingpong. Als ik van C win, kom ik op de derde plaats in onze pingpong-competitie op de studentenkamer. De vorige keer verloor ik van C, maar nu heb ik inmiddels van A, die als nieuwkomer in vier potjes nummer een werd, geleerd hoe je de bal met effect kunt slaan. C en ik hebben altijd drie sets nodig gehad in onze partijen, en dan won de een uiteindelijk met 27-25 of zo. Nu is het weer spannend, want de ballen komen even hard en met net zo veel effect terug. Maar dit keer heb ik niets te verliezen, omdat k nu onderaan sta. Dus ik besluit tot een agressievere aanpak. De ballen schieten langs me heen. Na een set (gewonnen!) wisselen we van tafel en batje. Ook de tweede set win ik. Zeer voldaan ga ik naar het lab. Ik zet wat spullen klaar en ga dan met dissectieset en een schaaltje met een vloeistof, waarvan alleen de fabrikant de precieze samenstelling kent, naar de muizenstallen. Daar haal ik een zwangere muis (soms zijn er meerdere zwanger en moet je kiezen welke muis je dood gaat maken en welke muis je laat leven). In de dissectiekamer breek ik de nek van de muis door tegelijk het hoofd vast te houden en aan de staart te trekken. Voorzichtig knip ik de buik open en haal de baarmoeder eruit: maar liefst twaalf embryo's. Ik haal de embryootjes een voor een uit hun vruchtwaterzak en knip snel hun hoofdjes eraf. De keuze voor deze manier om proefdieren dood te maken is gebaseerd op snelheid, controleerbaarheid en efficientie. De hoofdjes leg ik in het schaaltje, de lichamen in een bak ijs: iemand anders gebruikt daar nog de middenrifspier van en nog een ander de bijnieren. Terug in het lab haal ik onder een microscoop eerst de hersenen eruit. Ik splits de hersenen en ontdoe ze van alle vliezen. Dat duurt het langst. Als de hersenen helemaal schoon zijn, knip ik met een minuscuul schaartje de hippocampus eruit. Dat gebied is betrokken bij leren en geheugen, de cellen die daar in zitten worden standaard gebruikt voor de celkweek. Dit alles mag niet te lang duren omdat dat niet goed is voor de cellen. Maar ja, als je twaalf embryo's hebt, krijg je vierentwintig hersenhelften om te ontvellen en vierentwintig hippocampi om uit te knippen. Na anderhalf uur ben ik klaar en breng ik alles over naar het kweeklab. Daar staan 'flow'-kasten waar zoveel gefilterde lucht uitstroomt dat er met geen mogelijkheid een bacterie in kan vliegen. Zo kun je steriel werken, en dat is nodig want de condities waarin je hersencellen kweek, zijn ook ideale condities voor bacterien en schimmels. Als dan eindelijk alle cellen op de juiste glaasjes zijn terechtgekomen, klop ik nog even op de stoof waar ze in staan. "Doe je best", fluister ik. Mijn aio raadde me aan om er ook nog een regendans bij te maken, een andere aio om tijdens de preparatie constant naar ze te lachen. Dit alles om te zorgen dat die cellen drie weken blijven leven. Zodat ik genoeg tijd heb om de eigenlijke experimenten te doen: stofjes toevoegen, weglaten en kijken hoe de cellen daarop reageren, kijken of die zenuwcellen dan nog steeds een netwerk maken waarmee ze met elkaar communiceren.
De lichten op de gang zijn al uit als ik naar de studentenkamer loop. Alleen F is er nog bezig met haar verslag. Wat zouden een paar luie stoelen toch lekker zijn, en een tv misschien zodat ik 'ER' niet telkens mis. Nou ja, vanaf deze week begint toch de nieuwe serie op vrijdagavond.
Karlijn van Aerde
Verschenen op 07-12-2000 in U-blad 15 (32).