Schreef
Academisch Jaar
De zonovergoten werkkamer van collegevoorzitter Jan Veldhuis in het Bestuursgebouw. Terwijl de voorzitter de laatste hand legt aan de tekst die hij in de Domkerk zal gaan uitspreken, verzorgt een secretaresse de kornoelje die sinds de komst van de Raad van Toezicht harder groeit dan ooit. Dan komt rector-magnificus Harrie Voorma de kamer binnen met een gezicht waarop de zorgen diepe voren hebben getrokken.
"Dag Jan, lukt het een beetje met je verhaal?"
"Welzeker Harrie. Mijn toespraak is 'in statu nascendi'. Dat is Latijn voor 'op een haar na gevild'. Ik zoek alleen nog naar het juiste ritme om mijn gloedvolle woorden de vereiste uitstraling mee te geven. We moeten als Utrecht wel prominent in de krant. Dat begrijp je."
"Ja ja."
"Maar dat lukt wel, hoor. Maak je maar geen zorgen. Ik heb weer een paar dijken van losse flodders geladen in het machtige kanon van mijn welsprekendheid."
"O ja?"
"Ja, wat dacht je? Je hoeft bij die krantenjongens van tegenwoordig niet meer aan te komen met inhoudelijke verhalen. Dat is allemaal te moeilijk voor ze. Dus heb ik het simpel gehouden."
"Zo zo."
"Eerst zeg ik wat over de toegankelijkheid van de masterfase, ha ha, dat niet elke domoor maar moet denken dat hij zo'n prachtig Utrechts diploma mee naar huis kan krijgen."
"Goh."
"En dan roep ik dat al die rijke patsers van ouders maar eens de beurs moeten trekken voor hun feestvierend kroost. Als ze dt bij het Utrechtse Nieuwsblad niet snappen, dan weet ik het niet meer."
"Hmm."
"Vergis ik me, Harrie, of klink je een tikkeltje bedrukt? Ik neem aan dat jij ook lekker op streek bent met je verhaal."
"Eh...."
"Ha, ik zie het al helemaal voor me. Onze twintig super-onderzoeksscholen, onze dertig Europese top-programma's.....
"De zeven prioriteitsgebieden van de Max Planck Gesellschaft, de acht succesvolle initiatieven van de Europese Unie."
"Precies, de Utrechtse wet van de grote getallen. Weet je dat ik jaloers ben op je, Harrie?"
"O ja, Jan?"
"Ja natuurlijk. In vergelijking met mij heb jij toch een makkie? Je hoeft alleen die lijstjes een beetje smakelijk op te dreunen, en klaar ben je."
"Maar denk je niet dat zo'n opsomming snel eentonig wordt?"
"Welnee, Harrie. Dat is gewoon een kwestie van presentatie. Ik heb het jarenlang zelf gedaan en niemand heeft me ooit gezegd dat dat saai was. Maar je moet het natuurlijk wel brengen. Je staat niet voor niets op een preekstoel, Harrie. Je moet donderen, je moet bliksemen als de profeet Maleachi."
"Ja ja, je hebt mooi praten. Maar ik ben bang dat de hele kerk in slaap valt als ik aan het woord ben. Kunnen wij mijn verhaal niet gewoon beter weglaten?"
"Weglaten? Geen denken aan. Een beetje opening van het academisch jaar bestaat in Utrecht uit twee sprekers, Gert Oost op orgel, studenten op fagot en zoutjes toe. Dodelijk saai, maar dat is nu juist het mooie van een lange traditie. Ik denk trouwens dat het met dat in slaap vallen echt wel meevalt. Hoogstens sluiten ze tijdens jouw toespraak even de ogen om nog eens na te denken over mijn wijze woorden. Maar daar is toch niets mis mee?"
Verschenen op 07-09-2000 in U-blad 2 (32).