HBO-raad voorziet fusie met vereniging universiteiten

HBO-raad voorziet fusie met vereniging universiteiten

Het lelijke eendje van het hoger onderwijs. Zo keek iedereen 25 jaar geleden aan tegen het hbo. Inmiddels doen hogescholen niet meer onder voor universiteiten. De club die hun belangen verdedigt, de HBO-raad, kan zelfs wel verdwijnen, vinden de hogescholen zelf.

Netjes is het eigenlijk niet: over een jarige zeggen dat hij er hopelijk over een paar jaar niet meer is. Toch is dat wel wat de gasten zeiden over de HBO-raad, de vereniging van hogescholen, die vorige week zijn 25-jarig bestaan vierde. "De HBO-raad heeft zijn langste tijd gehad", vatte Henk de Greef, voorzitter van de Hogeschool van Utrecht, de mening van de feestgangers kernachtig samen.

"Over een paar jaar is de muur tussen het hbo en de universiteiten verdwenen. De HBO-raad is dan waarschijnlijk samengevoegd met de vereniging van universiteiten, de VSNU", vulde Ron Bormans, bestuurder van de Hogeschool van Amsterdam, aan. Ook Harry Koopman (Hogeschool Brabant) voorziet een snelle fusie van de twee clubs. "Als hogescholen en universiteiten straks allebei bachelors opleiden, ligt dat ook wel voor de hand." De jarige HBO-raad vierde zijn feestje in het Kurhaus. Daar straalden niet alleen de opgepoetste kroonluchters, maar ook de hogeschoolbestuurders. En daar is alle reden toe, gaf voorzitter Frans Leijnse van de HBO-raad te kennen.

Hogescholen leiden tegenwoordig tweemaal zoveel studenten op als universiteiten. Jaarlijks studeren er 50.000 hbo'ers af. Leijnse = "Het aantal studenten dat een hbo-opleiding volgt is groter dan ooit." Daar zag het 25 jaar terug niet naar uit. Er waren toen ruim 400 hogescholen, waarvan velen met maar een enkele, nogal ambachtelijke, opleiding. Scholieren die overwogen te gaan studeren, dachten daardoor vooral aan de universiteit. "Het hbo, dat was het lelijke eendje van het hoger onderwijs," erkent Wim Deetman, oud-minister van Onderwijs. De HBO-raad kwam indertijd nogal agressief over, kijkt Deetman terug. De voormalig bewindsman wijst als oorzaak het 'Calimero-effect' aan. "Het leek wel alsof de hogescholen wilden bewijzen dat ze net zo goed zijn als universiteiten."

Inmiddels zijn er nog maar 52 hogescholen. Daarvan blijven er op den duur zo'n dertig over, verwacht Bormans van de Hogeschool van Amsterdam. "Dat proces verloopt niet meer via 'ouderwetse' fusies, waarbij hogescholen in elkaar opgaan. Hogescholen zullen per project gaan samenwerken. De ene keer met hogeschool X, de andere keer met universiteit Y. Je krijgt in het hoger onderwijs net als in de nieuwe economie per onderwerp netwerken en samenwerkingsverbanden."

Inmiddels is het zelfbewustzijn van de hogescholen zo groot, dat zij de rol van de HBO-raad willen terugdringen. Voorzitter Leijnse hoorde het lachend aan. "Het is natuurlijk niet leuk om voorzitter te zijn van een club die nota bene volgens de leden zelf maar moet verdwijnen. Aan de andere kant: de Duitse tegenhangers van HBO-raad en VSNU zijn al samengegaan en dat heeft ze geen windeieren gelegd. Dus dan zeg ik: dat toekomstperspectief staat me wel aan."

HOP, Marion Smale/MtW

Verschenen op 07-09-2000 in U-blad 2 (32).