Column
Vuist
Het publiceren van wetenschappelijke resultaten is bijna net zo opwindend als de uitvoer van het experiment zelf. Na een zorgvuldige inschatting van de kwaliteit van het onderzoek wordt er een geschikt tijdschrift gekozen. Vervolgens gaat het krachtenspel van de wetenschap werken: het 'peer review system'. Een redacteur en vakreferenten beoordelen je wetenschappelijke bijdrage en je schrijftalent. Meestal wordt in een spel van hoor en wederhoor het manuscript voor publicatie aangenomen. Het kan, bij uitzondering, ook meteen geaccepteerd of afgewezen worden.
In dit proces voeren wetenschappers en hun medewerkers de belangrijkste taken uit. Zij zijn verantwoordelijk voor de uitvoer van de experimenten, het schrijven van het manuscript en het beoordelen van manuscripten van collega's. De integrale kosten van een manuscript op het biomedisch terrein kunnen dan al gauw enkele tonnen bedragen. Zo'n manuscript vertegenwoordigt dus een behoorlijke waarde, maar is in de uitgeverswereld in feite niets waard. Indien je je artikel wilt publiceren eist de uitgever dat je het auteursrecht - zonder vergoeding - overdraagt. Ook de tijd die vakreferenten besteden aan het beoordelen van manuscripten is in de uitgeverswereld niets waard; beoordelaars ontvangen in principe geen enkele vergoeding. Bij sommige uitgevers moet je zelfs nog een bijdrage leveren in de drukkosten van je manuscript! Hoe kan dit?
De uitgevers van wetenschappelijke informatie weten dat wij afhankelijk zijn van onze publicaties. De publicaties zijn voor elke wetenschapper de bron voor informatie. Daarnaast zijn publicaties de belangrijkste factor voor de erkenning door collega's en vormen zij wereldwijd een erkende parameter in de kwaliteitsbeoordeling van onderzoek. De wetenschappelijke uitgevers hebben hier handig gebruik van gemaakt.
De produktiekosten van een wetenschappelijk manuscript zijn voor een wetenschappelijk uitgever 'nul'. Zij krijgen ook het auteursrecht 'om niet'. Het lijkt dus aannemelijk om te verwachten dat wanneer een manuscript zo voordelig wordt aangeleverd, de prijzen voor wetenschappelijke tijdschriften redelijk zouden zijn. Het tegendeel is waar, de prijzen ervan zijn de laatste jaren exorbitant gestegen. Dus niet alleen de productie van het manuscript, maar ook de abonnementen gaan ten koste van publieke middelen. De budgetten van de meeste universiteitsbibliotheken zijn in dezelfde periode gedaald of hooguit gelijk gebleven, waardoor deze stijgingen resulteren in een afbouw van de wetenschappelijke collecties.Het beleid van uitgevers raakt ons dus in de kern van ons bestaan.
Het wordt tijd om een vuist te maken, tijd om een duidelijk signaal af te geven. Wetenschappers zouden hier gezamenlijk met de bibliothecarissen op één lijn moeten komen. Wij zouden bijvoorbeeld kunnen weigeren het auteursrecht af te staan, ook al zou dit de consequentie hebben dat een manuscript geweigerd wordt. De wetenschappelijke wereld zou een jaar kunnen overleven zonder publicaties, maar het zou de uitgevers in grote problemen brengen. De bibliotheken zouden tegelijkertijd kunnen overgaan tot een kopersstaking om zo een duidelijk signaal af te geven. Wij zijn wel goed, maar niet gek!
Albert Cornelissen is decaan van de faculteit Diergeneeskunde
Verschenen op 09-09-1999 in U-blad 3 (31).