Sinterklaasje kom maar binnen zonder knecht...

Pleidooi voor een 'bonte' of 'gestippelde' Piet

Sinterklaasje kom maar binnen zonder knecht...

Het Sinterklaasfeest zoals dat nu veelal nog gevierd wordt, is niet meer bij de tijd. In een multicultureel Nederland kun je niet meer aankomen met een brabbelende dommige knecht, die nog zwart is bovendien. Dat vinden althans de auteurs van het boek 'Sinterklaasje kom maar binnen zonder knecht', dat is verschenen onder redactie van de Utrechtse studenten Antropologie en Wijsbegeerte Lulu Helder en Scotty Gravenberch. "Een kritische en constructieve bespiegeling over het Sinterklaasfeest."

Zwarte Piet afschaffen? Het actiecomite 'Zwarte Piet = Zwart Verdriet' heeft met die suggestie al heel wat stof doen opwaaien. 'Het is toch maar een kinderfeest', luidde het verweer. Of: 'Jullie voeren een politieke strijd over de ruggen van kinderen'. Kortom: laat het Sinterklaasfeest nou zijn zoals het is, zo wordt het al jaren gevierd, het is een integraal bestanddeel van een typisch Nederlandse traditie.

Ik zal eerlijk bekennen, toen ik het boek begon te lezen, dacht ik ook: 'Wat zoeken we nu weer voor spijkers op laag water?' Maar toen ik nog diezelfde middag met mijn zoontje van vijf de stad in wandelde en hij mij - voor iedereen hoorbaar - op een zwarte jongen attendeerde met de woorden: 'Kijk pappa, een zwart Pietje', toen bekroop mij toch een gevoel van plaatsvervangende schaamte.

"Het lijkt mij erg moeilijk", schrijft Gravenberch in de inleiding, "om als volwassene aan de Sinterklaasfestiviteiten mee te doen zonder je ook maar één keer af te vragen of de figuur van Zwarte Piet niet kwetsend zou kunnen zijn voor zwarte mensen." Ja dus, en "er is geen heel boek nodig om uit te leggen waarom: de figuur van Zwarte Piet, zoals hij in kinderboeken, kleurplaten, intochten en toneelstukjes gepresenteerd wordt, reproduceert de stereotypen en vooroordelen over zwarte mensen."

Er is niks op tegen dat het tóch een heel boek is geworden, want het is verhelderende lectuur, met bijdragen van onder meer Teun van Dijk, Astrid Roemer en Anil Ramdas. Buitenlanders - zo blijkt uit het boek - schijnen inderdaad met aan verontwaardiging grenzende verbazing dat Nederlands-Belgische fenomeen van Zwarte Piet te bezien, met zijn inktzwarte huidskleur, zijn overdadige krullen en zijn dikgeverfde rode lippen - alsof het een personage was die rechtstreeks is weggelopen uit 'Kuifje in Afrika'. Dat kun je toch niet maken?, vinden die buitenlanders. 'En zéker niet bij een kinderfeestje met zo'n sterk normatieve inslag!'

Wat doet Zwarte Piet eigenlijk jaar in jaar uit ergens tussen half november en begin december in Nederland? 'Traditie', luidt het antwoord, én het pleidooi van degenen die deze figuur willen behouden. Op de keper beschouwd blijkt dat argument echter niet houdbaar: van één traditie is geen sprake.

Duivel

In de elfde eeuw deed Sinterklaas - van oorsprong de patroon van zeevaarders, reizigers en huwbare maagden - in Frankrijk zijn intrede als beschermheilige van scholieren. Die wezen uit hun midden op 5 december een leerling aan, die de rol van bisschop bleef spelen tot het feest van 'Onnozele Kinderen' (de herdenking van de kindermoord door koning Herodes) op 28 december. Die 'sint' omringde zich met een schare medescholieren die zich uitdosten als angstaanjagende duivels. De eerzame burgers konden slechts verlost worden van die schelmen door eten of geld te geven. Oorspronkelijk had Zwarte Piet dus niets te maken met zwarte Afrikanen. De jongens met hun zwartgemaakte gezichten imiteerden de Zwarte - of Duistere - Man, ofwel de duivel.

Vanuit Frankrijk drong de goedheiligman met zijn tegenpool ook door tot de Lage Landen. Hier werd het feest echter na de Refomatie verboden, en zelfs in katholieke kring raakte Sinterklaas op de achtergrond. Pas na de Franse bezetting deed de goedheiligman weer zijn intreden, nu nagenoeg alleen in Vlaanderen en Nederland. Vooral in de negentiende eeuw raakte het feest in zwang. Volgens afbeeldingen uit die periode was Sinterklaas echter meestal alléén. Piet maakte later zijn come-back, en wel als 'page'. Hij droeg (en draagt) het kostuum van de Moorse bediende, zoals die werd aangetroffen aan de Europese hoven - mede om de suggestie van Oriëntaalse weelde kracht bij te zetten. Vandaar ook het nog steeds levende verhaal dat Zwarte Piet een bediende is die door Sinterklaas op sleeptouw is genomen vanuit Spanje, waar immers ooit de Moren - Saracenen - huisden.

In diezelfde negentiende eeuw wordt de bediende-positie van Piet echter gekoppeld aan de knechting van slaven uit Afrika. Hij wordt de 'neger', zoals die ook - tot pakweg veertig jaar geleden - werd afgebeeld op Missieprentjes, blikjes schoensmeer of als 'dank-u-knikkend' beeldje op de winkeltoonbank. Het is de weergave van de koloniale heiden, het onbeschaafde, onzedelijke, diefachtige en soms ronduit gevaarlijke mens-beest.

Allochtoon

De beroemde geleerde Linnaeus die de natuur zo handzaam classificeerde, deed iets soortgelijks óók met de mensrassen. De mens is een dier dat door cultuur en onderwijs 'tam' is geworden, en sommige mensen zijn tammer dan andere. De Hottentot of Afrikaan was volgens Linnaeus het minst tam - en dus eigenlijk de schakel tussen mens en dier (orang-oetan, om precies te zijn). Waar de witte homo Europaeus zich kenmerkt door een hoopvol en optimistisch temperament, door passende kleding en een door regels en wetten geregisseerde levenswandel, daar is de zwarte homo Afer "onverstoorbaar, indolent, nukkig en willekeurig en getooid in vet en olie."

De dichotomie Sinterklaas - Zwarte Piet gaat volgens de auteurs van het boek rechtstreeks terug op dit koloniale beeld dat de zwarte mens inferioriseert. Waar Sinterklaas oud, wijs, goed, christen, meester - en dus representant van de 'beschaafde' wereld - is, daar is Zwarte Piet jong, dom, ondeugend, a-religieus en knecht - en dus representant van raciale inferioriteit.

Tot aan de tweede wereldoorlog liet Sinterklaas zich vergezellen door één zo'n bediende; pas na de oorlog rukken er hele legers Zwarte Pieten uit, naar het schijnt op initiatief van de Canadese bevrijders die het eerste Sinterklaasfeest mee-organiseerden en die onder het motto 'the more, the better' de feestvreugde wilden verhogen.

Dus hoezo een typisch 'Nederlandse' traditie. En welke traditie dan: die van duivel, page, neger? Kennelijk is de traditie te veranderen, stellen de auteurs. Nu de Nederlandse maatschappij zo is veranderd, wordt het tijd die traditie andermaal te veranderen. Bijvoorbeeld door 'bonte Pieten' te introduceren. Of door nog maar eens te beklemtonen dat de 'historische' Sint Nicolaas bisschop van Myra in Turkije was - in eigentijds jargon: een allochtoon!

De auteurs pleiten niet voor een afschaffing van het Sinterklaasfeest, wél voor een herdefiniëring: "Het is een festijn van schenken en ontvangen, van verrassingen met humor waarbij relaties worden verstevigd en men elkaar een spiegel voorhoudt: vele waardevolle gebruiken. Wil het feest echter zijn sociale rol blijven vervullen, wil het op nationaal niveau een gevoel van geborgenheid en veiligheid verschaffen, dan is aanpassing aan inzichten van deze tijd gewenst, wellicht noodzakelijk of gewoonweg een kwestie van wijsheid."

Armand Heijnen

Lulu Helder en Scotty Gravenberch (red.): Sinterklaasje, kom maarbinnen zonder knecht. Uitg. EPO, Berchem, België. Prijs: 39,90 gulden.

Verschenen op 03-12-1998 in U-blad 15 (30).