Een nieuwe monumentaliteit voor de oude Universiteitsbibliotheek

Hoe maak je van een diversiteit aan gebouwen een eenheid? Die vraag hield architect Pascal Grosveld de afgelopen maanden bezig. Hij kreeg de opdracht om de voormalige Universiteitsbibliotheek aan de Wittevrouwenstraat plus de aangrenzende Letterenbieb aan de Drift om te bouwen tot een nieuwe bibliotheek voor de faculteiten Geesteswetenschappen en Recht, Economie, Bestuur & Organisatie. Grosveld heeft de eenheid vooral gezocht in een ‘nieuwe’ monumentaliteit.

Armand Heijnen

Met zichtbaar enthousiasme loopt Pascal Grosveld door de Grande Galerie, de hoge hal die eens het werkpaleis van koning Lodewijk Napoleon vormde. De hal is helemaal gestript, maar de hoge ramen zijn gehandhaafd en soortgelijke ramen worden aan de overzijde van de hal - die grenst aan de tuin van wat ooit het Kunsthistorisch Instituut aan de Drift was - uit de muren gezaagd. “De Franse koning vond Utrecht door de centrale ligging geschikt als locatie voor zijn werkpaleis. Maar hij vond het klimaat in Utrecht bij nader inzien niet plezierig en was dan ook na drie maanden weer vertrokken, naar Amsterdam en de kust”, weet Grosveld.

Als de hele verbouwing in 2012 gereed is en de twee binnenstadsfaculteiten hun eigen UB hebben, is er ruimte gecreëerd voor 13,5 kilometer aan boeken, waarvan 8,5 is bedoeld voor de Letteren. In deze binnenstadbibliotheek worden bovendien nog eens 800 studieplaatsen gerealiseerd, voor zover mogelijk gesitueerd bij de ramen, waarvan het merendeel met computeraansluiting. “We streven er naar de openstelling net zo ruim te maken als in De Uithof”, vertelt bibliothecaris Bas Savenije die meeloopt door de bouwplaats. “In De Uithof overwegen we zelfs een nachtopenstelling, dus tot pakweg 3 of 4 uur ’s nachts. Dat zullen we, om veiligheidsredenen, in de binnenstad niet gaan doen. Maar avond- en weekendopenstelling is wel degelijk het voornemen. We weten dat daar veel belangstelling voor is. De bibliotheek in De Uithof bijvoorbeeld trekt zelfs op gewone zondagen al zo’n vijf- tot zeshonderd studenten.”

Op maat gemaakt

De Grande Galerie - waar je recht tegenaan loopt als je door de poort aan de Wittevrouwenstraat de binnenplaats oversteekt - werd gebruikt als een soort balzaal, en er waren een kapel en stijlkamer aan verbonden, maar voor het overige heeft dit gebouw in zijn 200-jarige bestaan vele verbouwingen en metamorfoses ondergaan, waardoor het vrijwel onmogelijk is om het bouwwerk terug te brengen in zijn authentieke staat. Grosveld: “We hebben er daarom voor gekozen om niet de oude monumentaliteit van het gebouw terug te brengen, maar te zoeken naar een nieuwe monumentaliteit, die ook past bij het huidige gebruik van het paleis en de uitstraling die je als UB nastreeft. Maar tegelijk hebben we er natuurlijk rekening mee moeten houden dat we hier met een Rijksmonument te maken hebben. We konden ons niet elke willekeurige ingreep permitteren.”

Van het oude interieur is bijna niets meer terug te vinden. Er staan nog een paar oude boekenkasten die vroeger, toen de UB er nog zat, dienst deden als magazijn voor handschriften en oude drukken. Maar voor het overige komen er overal kasten op maat. Bij sommige deuren is al een omlijsting te zien die precies aangeeft hoe diep die kasten gaan worden. “Maar”, aldus Grosveld, “ook de lichtarmatuur, de stoelen en tafels die als studieplekken dienst gaan doen, de balies, de bekisting waaronder we bedrading en leidingen hebben weggewerkt, alles is specifiek voor dit gebouw ontworpen.”

In de hoge hal heeft de architect balies gepland, ‘zwevende’ gangen en portalen, liften naar de verdiepingen, een open boekenopstelling en een toegang tot de kelder, die doorloopt tot onder de binnenplaats, waar zich de fietsenstalling bevindt. “De cour, die vroeger onzichtbaar was door dat paviljoen dat erop gebouwd was, moet de sfeer krijgen van een stedelijk plein. Er loopt diagonaal een denkbeeldige lijn over, waarbij aan de ene zijde van de lijn — daar waar zich de ingang naar de fietsenkelder bevindt — ruimte is voor dynamiek, beweging. Terwijl de andere kant van de lijn een plek moet worden die rust uitstraalt, waar je even een boekje inkijkt. Maar vanaf elk punt van het plein moet je de functie van het gebouw kunnen zien, de studenten die achter de ramen zitten te werken”, aldus Grosveld.

Een grijze corridor

De Grande Galerie wordt doorgetrokken tot aan de Drift, waar ook een hoofdingang van de binnenstadsbieb komt. Door het hele gebouw loopt uiteindelijk één grote, grijs geverfde corridor, die moet bijdragen aan een zekere eenheid in deze veelheid aan gebouwen. Want behalve het paleis van Lodewijk Napoleon met zijn stijlkamer en kapel, staan er aan de Driftzijde en aan de Wittevrouwenstraat diverse gebouwen die in het verleden ooit zijn verrezen als woonhuizen. Aan de overzijde, de kant van de Keizerstraat staat het boekenmagazijn, dat al UB is sinds de tijd dat het universitair boekenbezit weg moest uit de Janskerk. Deze kerk deed in de beginjaren van de Utrechtse universiteit dienst als bibliotheek.

Het boekenmagazijn is deels verhoogd, en de kelder wordt in gebruik genomen ten behoeve van de UB, dat wil zeggen: ook hier, onder prachtige gewelven, komen boekenkasten en studieplekken. De plafonds zijn hier wat laag, maar de oude ijzerpilaren en wenteltrappen geven dit deel van het gebouw een aparte sfeer. De ingang van dit deel van de UB, die pakweg zo’n dertig jaar geleden ook daadwerkelijk nog dienst deed als ingang aan de Wittevrouwenstraat, is versierd met ouderwetse wandtegels. Grosveld had die eigenlijk weg willen werken achter grijze platen omdat ze met hun kleurenfelheid nogal detoneren met de rest van het gebouw, maar anderzijds passen ze weer heel goed bij de granieten vloeren en ijzeren trapleuningen in dit deel van het gebouw. “Ik heb er vrede mee”, zegt Grosveld nu. “Ik ben ze zelfs een beetje mooi gaan vinden.”

In dit gedeelte van de binnenstads-UB komen ook kleine studiezalen of werkgroepkamers, zodat de grote studiezaal in de huidige Letterenbieb kan verdwijnen. Op die plek komt dan een groot restaurant, waar de binnenstadcampus grote behoefte aan heeft. De kantine die nu bij de Letterenbieb zit is klein, bedompt en begint zichtbare sporen van ouderdom en sleetsheid te vertonen.

Als de binnenstads-UB klaar is, verwacht Savenije dat de druk op de Uithofbibliotheek gaat afnemen. “Het merendeel van de studenten dat nu studieplaatsen bezet in De Uithof komt uit de binnenstad. Slechts zo’n vijftien procent woont daadwerkelijk in De Uithof. Ik verwacht, zeker met ruime openstellingstijden, dat die studenten straks toch veel eerder zullen kiezen voor een studieplek in de binnenstad.”

Verhuisdata

In september van dit jaar verhuist de Letterenbibliotheek naar haar nieuwe onderkomen. De bibliotheken van de andere twee onderdelen van Geesteswetenschappen — Godgeleerdheid en Wijsbegeerte — volgen zodra deze departementen zijn verhuisd van De Uithof naar de binnenstad, waarschijnlijk in 2012. In 2011 moet de Rebo-bibliotheek — nu nog gehuisvest aan Janskerkhof — kunnen inhuizen aan de Drift. De Universiteit Utrecht heeft dan een overzichtelijke bibliotheekorganisatie met één Uithofvestiging en één binnenstadvestiging. Het Aardwetenschappelijk boekenbezit dat nu nog een apart onderkomen heeft, gaat zodra de boeken van Godgeleerdheid en Wijsbegeerte naar de binnenstad zijn verhuisd naar de Uithofse UB.

Verschenen op 12-02-2009 in Ublad 19 (40).