Signaal
Geldwijzer
Heb je als student te vaak discussies met je ouders over de financiering van je studie of hou je aan het einde van je geld altijd een stuk maand over? Dan kan de nieuwe uitgave van het boekje 'GeldWijzer Studenten' van het Nationaal Instituut voor Budgetvoorlichting uitkomst bieden. Hierin wordt op een rijtje gezet wie recht heeft op studiefinanciering en wat het verschil is tussen de tempo- en prestatiebeurs, hoe het zit met ziektenkostenverzekeringen, de aanvullende beurs, leningen en samen wonen. Bovendien staat er in hoeveel de Informatie Beheer Groep (IBG) verwacht dat de ouders bijdragen aan de studie van hun kinderen.
In de Geldwijzer staat een schema waarin je zeer gedetailleerd je gemiddelde maandbegroting kan invullen, zodat je een overzicht heb van je uitgavepatroon. Niet iets wat je zo een, twee drie doet, aangezien je moet nagaan hoeveel je per maand uitgeeft aan bijvoorbeeld kleding en schoenen, waskosten en schoonmaak en vervoer. Gelukkig wordt daarna beschreven wat je gemiddelde uitgaven als student zijn, van de woon- en studielasten tot mobiele telefoon en krantenabonnement.
Hier en daar staan handige tips: wanneer je particulier verzekerd bent en een bijbaantje hebt, zit je bijvoorbeeld vaak ook in het ziekenfonds, en dus kun je de premie terugvragen. En dat je soms aanspraak kunt maken op huursubsidie. Ook vermeldt de Geldwijzer dat studieleningen niet worden geregistreerd bij het Bureau Krediet Registratie waardoor je, als je (later) een hypotheek wilt, geen problemen kan krijgen. Toch zegt het boekje dat je een studielening wel moet melden als je een hypotheek wilt afsluiten, want 'daarmee voorkom je dat je een hogere lening aan gaat dan je je kan veroorloven'. Dit betuttelende toontje wordt vaker gehanteerd. Zo zijn volgens de Geldwijzer creditcards handige betaalmiddelen, ' als je zeker weet dat je er goed mee om kan gaan.'
Een belangrijke tip ontbreekt helaas. Als je geen recht meer hebt op studiefinanciering kun je nog wel een OV-jaarkaart krijgen door een lening voor nul euro aan te vragen bij IBG. Bovendien zou het handig zijn als het boekje een overzicht geeft van de adressen van alle IBG-regiokantoren, aangezien het nationale telefoonnummer erg vaak in gesprek is. De Geldwijzer is een handig boekje, waar je wel even voor moet gaan zitten, maar helaas net niet helemaal volledig.
GeldWijzer Studenten, Nibud. Prijs: 8.35 euro. Niet verkrijgbaar in de boekhandel maar te bestellen op www.nibud.nl.
Marieke Feringa
VOC
Op de 20ste van de vorige maand was het hoogtepunt van de herdenking van de toen precies 400 jaar geleden opgerichte Verenigde Oost Indische Compagnie (VOC). Maar ook de rest van dit jaar zal een niet aflatende stroom aan tentoonstellingen, symposia, websites (http://www.voc2002.nl) en gedenkboeken te zien geven.
Meest in het oog springend is het nationaal jubileumboek 'De kleurrijke wereld van de VOC', waarin in heldere taal verslag wordt gedaan van de wording van deze 'eerste multinational ter wereld' (Uitg. Toth, 17,90 euro). En dan is er het al langer bestaande 'standaardwerk' 'De geschiedenis van de VOC' van F.S. Gaastra (Uitg. Walburg Pers, 19,95 euro).
Daarnaast zijn er talloze deelstudies verschenen; een schip, een koopman, een reis, een schipbreuk... je kunt het zo gek niet bedenken of er is wel een boek over gepubliceerd. 'De schipbreuk van de Batavia in 1629' van V.D. Roeper is een aardig voorbeeld, het spannende verslag van de teloorgang van een VOC-schip (Uitg. Walburg Pers, 22,95 euro). Of: 'Gouden Handel' van W. Wennekens, waarin aan de hand van reisjournaals en koopmansboeken de warenkennis van onze voorvaderen wordt blootgelegd (Uitg. Pandora, 15,- euro).
Ook is er nog zo'n boek als 'Kaapstad, een onwettig kind van de VOC', waarin de jurist Math Verstegen uit de doeken doet dat Jan van Riebeeck weliswaar in 1652 voet aan wal zette in de Tafelbaai in Zuid Afrika om daar een verversingsstation in te richten ter onderbreking van die verre tocht naar de Oost, maar dat hij dit onrechtmatig deed omdat de Tafelbaai behoorde tot de competentie van zustermaatschappij de West Indische Compagnie. De VOC had immers van de Staten Generaal een charter gekregen voor het alleenrecht op handel ten oosten van Kaap de Goede Hoop, terwijl de Tafelbaai ten westen daarvan is gelegen, en dus tot het octrooi van de WIC behoorde (Uitg. Europese bibliotheek, 19,50 euro).
Wellicht spreekt die VOC zo tot de verbeelding vanwege zijn modern aandoende organisatievorm van plaatselijke werkmaatschappijen (zogeheten 'Kamers') die binnen de algemene beleidslijn van de raad van bestuur, de 'Heren XVII', een behoorlijke eigen verantwoordelijkheid droegen. De VOC groeide uit tot een van de grootste werkgevers van de Republiek: het aantal werknemers steeg van 7700 in 1625 tot 35.000 in 1750. Rijk beladen schepen met specerijen, ruwe zijde, indigo, salpeter, porselein en vanaf eind 17e eeuw met katoenen stoffen, koffie en thee, droegen voor ruim een-tiende bij aan de buitenlandse handel van de Republiek.
'Zwartboek van Nederland overzee' van de hand van E. Vanvugt vormt wellicht een uitzondering (Uitg. Aspekt, 19,98 euro), met zijn uitwijdingen over slavenarbeid, beroerd werkgeverschap en piraterij door VOC en WIC. Maar voor het overgrote deel staan de publicaties in het teken van een 'gouden' verleden van Nederland als wereldmacht. In het jongste nummer van het 'Historisch Nieuwsblad' concludeert de Utrechtse sociaal-historicus Maarten Prak dan ook dat die schaduwzijden onderbelicht blijven. "De VOC was zoveel meer dan een eendimensionale juichgeschiedenis van Nederlands ondernemerschap. Het zou een enorme gemiste kans zijn als dat niet ook aan bod zou komen." De publicaties tot nog toe wekken de indruk dat er sprake is van een gemiste kans.
Armand Heijnen
Verschenen op 11-04-2002 in U-blad 29 (33).