Redactioneel

Aspasia

Uit een deze week gepubliceerd evaluatierapport blijkt dat het Aspasia-programma dat wil stimuleren dat vrouwen doordringen tot de wetenschappelijke topposities zeer succesvol is geweest. In plaats van de oorspronkelijk beoogde vijftien vrouwelijke universitaire hoofddocenten heeft het programma er liefst 68 opgeleverd. Dat is mooi, maar het was ook wel hoog nodig, want het is zonder meer beschamend dat, zelfs in studierichtingen waar meer dan de helft van de studenten vrouw is, de topposities vrijwel zonder uitzondering door mannen worden ingenomen. Een scheefgroei waar al geruime tijd op wordt gewezen, maar waaraan kennelijk weinig te doen valt. Er zijn immers al heel wat emancipatiecommissies versleten zonder dat die scheefgroei ook maar enigszins is rechtgetrokken.

Twee weken geleden roemde collegevoorzitter Veldhuis Aspasia in dit blad als ht middel om aan die scheefgroei een eind te maken. Maar zolang het tegelijkertijd mogelijk is om de aanstelling van twee vrouwelijke hoogleraren te reduceren en dat een 'ongelukkige coincidentie' te noemen, zoals decaan Rispens van Sociale Wetenschappen in dit U-blad doet (pagina 15), is het de vraag of Veldhuis wel gelijk heeft, en of meer expliciete vormen van positieve discriminatie bij het vervullen van vacatures toch niet de voorkeur verdienen. De angst dat met een dergelijke bevoordeling de kwaliteit te lijden heeft en het hoogleraarsambt wordt uitgehold, is koudwatervrees. Dat is inmiddels genoegzaam duidelijk.

Natuurlijk lopen veel vrouwen zoals columnist prof.dr. P. van Buuren onlangs in het U-blad opmerkte enige achterstand op (in publicaties, netwerkvorming en dergelijke) omdat ze enkele jaren deels uit de roulatie zijn als ze zorgtaken vervullen. Maar het gaat om een achterstand die veelal nog is in te halen, en het gaat om een specifiek soort achterstand. Op andere terreinen eveneens behorend tot het takenpakket van een hoogleraar hebben zij wellicht een voorsprong: organisatievermogen, vermogen te plannen, prioriteiten aangeven, personen aansturen etcetera.

De 68 vrouwelijke UHD's, die er dankzij Aspasia extra zijn gekomen en niet te vergeten de ruimhartige manier waarop Utrecht (14 nieuwe uhd's) aan dat resultaat heeft bijgedragen, vormen een mooi begin. Maar duidelijk moet zijn dat dat aantal nog verder omhoog moet, en dat er ook in hoogleraarsfuncties op dit gebied nog heel veel winst te behalen valt.

Armand Heijnen

Verschenen op 12-04-2001 in U-blad 29.